Flevoland draagt graag steentje bij

‘Je kunt niet zomaar denken dat er in Flevoland veel ruimte is. Nee: in Flevoland is veel landbouwgrond, en dat is ook belangrijk.’ Foto: Archief Fotostudio Wierd

Landelijke politici zien Flevoland steeds vaker als oplossing voor uitdagingen zoals het woningtekort en stikstofprobleem. Kan deze provincie inderdaad dé oplossing zijn of is de provincie langzamerhand een afvoerputje aan het worden voor landelijke problemen? In een serie verhalen wordt deze vraag van verschillende kanten belicht. In dit tweede verhaal de visie van de provincie en gemeenten.

‘Het lijkt haast wel dat welk probleem je ook bij de kop pakt, Flevoland wel onderdeel uitmaakt van de mogelijke oplossing,’ stelt Hillebrand Koning, die vanuit de provincie Flevoland de contacten met het Rijksvastgoedbedrijf coördineert. ‘Maar wij zeggen wel tegen het Rijk: het kan niet zo zijn dat je alle problemen in Flevoland oplost.’

Een makkie

De ruimte hebben we wel, dat is het probleem niet. ‘Bijvoorbeeld voor het bouwen van 100.000 of zelfs meer woningen. Daarvan komen er zo’n 60.000 in Almere en 40.000 in Lelystad, op al bekende locaties. In dit geval zou je bijna zeggen dat het een makkie is,’ aldus Koning.

Wim van der Es, wethouder in de gemeente Zeewolde met onder andere ruimtelijke ordening in zijn portefeuille, is het hiermee eens. ‘Flevoland heeft echt heel veel ruimte. Natuurlijk is daar ook de landbouw, een hele belangrijke en primaire functie. Maar er is ook ruimte voor andere dingen.’

Goed voor elkaar

Maar voor wat, hoort wat. We hebben de ruimte voor om te bouwen. ‘Maar zorg er dan als Rijk ook voor dat de infrastructuur, mobiliteit en bereikbaarheid goed voor elkaar is,’ zegt Wiemer Haagsma, die sinds 2014 acht jaar wethouder ruimtelijke ordening was van de gemeente Noordoostpolder.

De regio bepaalt grotendeels zelf waar er bijvoorbeeld nieuwe woningen of windmolens komen. Van der Es schetst een tegenovergesteld voorbeeld. ‘Het wordt een ander verhaal als het Rijk zegt dat er veel woningen gebouwd moeten worden en het Rijk zelf wil bepalen waar en wanneer de woningen komen. Dan kan het Rijk tot een aanwijzing komen om dat door te duwen.’ Dit is natuurlijk geen gewenste situatie, en zal gelukkig ook niet snel voorkomen. ‘Maar juist daarom is het dus belangrijk dat regio en Rijk samenwerken, zodat je allebei de doelen samen kan stellen en tegelijkertijd een bijdrage levert aan landelijke uitdagingen.’

Compleet nieuwe stad

Een voorbeeld van goede samenwerking tussen regio en Rijk was vorig jaar te zien bij het idee voor Eemvallei-Stad: een idee van een aantal ontwikkelaars en woningbouwcorporaties voor een compleet nieuwe stad tussen Almere en Zeewolde. ‘Dit idee paste niet in de visies die er zijn. Het was mooi om te zien dat gemeenten, provincie en het Rijk dan gezamenlijk optrekken en zeggen dat ze dit niet zien zitten,’ blikt Van der Es terug.

Wil een gemeente uitbreiden en grond nodig heeft, dan moet die grond vaak gekocht worden van het Rijk. Volgens Koning is dit in Flevoland goed geregeld. ‘Als je ziet waar de gemeenten de komende tien jaar vooral gaan bouwen, dan zijn dat locaties die al twintig jaar bekend zijn.’ Dit weet het Rijksvastgoedbedrijf ook, waardoor de gronden waar gebouwd gaat worden vaak uitgegeven worden als kortdurende pacht.

Landbouwkundige grondwaarde

De discussie gaat soms wel om de prijs die er betaald moet worden voor de grond, legt Koning uit. De landbouwkundige grondwaarde ligt in Flevoland hoger dan in de rest van Nederland. Ook Haagsma herkent dit wel. ‘Jaren geleden kon je één op één zakendoen. Tegenwoordig moet het Rijksvastgoedbedrijf grond die ze willen vervreemden in de markt zetten, zodat alle partijen mee kunnen doen. Het lastige is wel dat dit ontzettend aan prijsopdrijving doet.’

Met de terugkeer van een ministerie voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening belanden we in een interessante fase. Het ministerie gaf namelijk al aan dat het meer de regie gaat pakken, maar wel samen met de provincie. ‘Dat zal best nog een beetje wennen zijn, en een beetje schuren,’ verwacht Koning. ‘Want dit kan betekenen dat gemeenten straks minder autonoom zijn.’

Haaks op ontwikkeling

Wat haaks staat op deze ontwikkeling, is de Omgevingswet. Deze wet, die 1 januari 2023 ingaat, bundelt meer dan 25 oude wetten en regels over onder andere ruimte, wonen en infrastructuur en legt de regie van ruimtelijke ordening juist zoveel mogelijk bij de gemeente.<EP,1>Naast dat het interessant wordt om te zien hoe deze twee tegenstrijdige ontwikkelingen zich volgend jaar gaan ontwikkelen, zijn er ook kritische geluiden over de Omgevingswet.

In de basis is het een mooie wet, vindt Haagsma. Maar hij is ook kritisch. ‘De Omgevingswet brengt extra kosten met zich mee die niet meer terugverdiend kunnen worden.’ En dat terwijl er van gemeenten wel verwacht wordt dat ze meer aan participatie doen, bijvoorbeeld door veel in gesprek te blijven met buurtbewoners en informatieavonden te organiseren wanneer er een nieuw project wordt opgestart. Een vergelijking met de decentralisatie van de zorg in 2015 is snel gemaakt. ‘De overheid zei toen: dat kunnen gemeenten zoveel beter dat we ook nog kunnen bezuinigen. Maar dat is spaak gelopen.’

Rommel die ze ergens anders kwijt moeten

Het woord ‘afvoerputje’ wil Koning niet in de mond nemen, maar hij ziet wel een kans dat steeds meer ministeries Flevoland als oplossing kunnen gaan zien voor hun problemen. Stel dat er in een andere provincie woningen worden gebouwd en daardoor milieuvervuilende bedrijven uitgeplaatst moeten worden. ‘Stel dat daarvoor dan naar Flevoland wordt gekeken, dan dreig je dat afvoerputje te worden. Dan krijg je de rommel die ze ergens anders kwijt moeten.’

Daarnaast moet Flevoland ook een landbouwprovincie blijven. ‘Het voedselproductiegebied Flevoland is van grote kwaliteit en van grote waarde. Dus als je daar extra ruimtevragen op los wilt laten in het kader van uitdagingen zoals wonen en stikstof, dan moet je daar wel goed over nadenken,’ vindt Haagsma. Gaan we woningen bouwen, dan betekent dat automatisch dat er boeren moeten stoppen. En dus moeten we zuinig zijn met de ruimte in Flevoland, is ook Koning van mening. ‘Je kunt niet zomaar denken dat er in Flevoland veel ruimte is. Nee: in Flevoland is veel landbouwgrond, en dat is ook belangrijk.’

Samenwerking tussen gemeenten

Van der Es ziet de oplossing vooral in de samenwerking tussen gemeenten. ‘Samen maken we Flevoland. Kijk zoveel als mogelijk als één overheid naar jouw gebied, en dat gebied houdt niet op bij de gemeentegrens. Je hebt grotendeels met dezelfde zaken te kijken. Het zou fijn zijn als soms het ene probleem in de ene gemeente wordt opgelost, en het andere probleem in een andere gemeente.’

Nieuws

menu