Commissaris Leen Verbeek overleeft motie wantrouwen in Provinciale Staten over zijn optreden aangaande aanmeldcentrum in Bant. Verbeek betoont spijt

Chanteerde de Commissaris van de Koning Leen Verbeek de raadsleden van Noordoostpolder? Foto Cees Walinga

Lelystad - Commissaris van de Koning Leen Verbeek heeft zich woensdagavond in een interpellatiedebat in Provinciale Staten van Flevoland verontschuldigd over de manier waarop hij eerder dit jaar optrad bij de mogelijke komst van een aanmeldcentrum aan de Oosterringweg in Bant. Een motie van wantrouwen tegen de commissaris werd verworpen met 23 tegen 11 stemmen.

Het speet hem dat de gemeenteraad van Noordoostpolder zich geschoffeerd voelt. Het doet hem pijn, zei hij, dat hij niet in staat is geweest om alles te laten lopen zoals het had gemoeten. Verbeek werd woensdagavond door de Staten ter verantwoording geroepen over de rol die hij speelde rondom de aankoop van de kavel aan de Oosterringweg. Verbeek wekte met zijn communicatie richting bestuurders van Noordoostpolder dit voorjaar de indruk dat zij moesten instemmen met de plannen van het Rijk en het COA. Daarbij werd zelfs een relatie gelegd met de komst van de Lelylijn.

Dat had hij niet handig gedaan, bekende hij. Ook biechtte hij in de Staten op dat hij zich in deze zaak nooit als Rijksheer, als vertegenwoordiger van de Rijksoverheid, had mogen presenteren bij de bestuurders in Noordoostpolder. Door deze rol aan te nemen, zijn volgens hem misverstanden ontstaan. Hij bood daarvoor excuses aan en zei dat het hem pijn doet, dat het hem raakt en dat hij daar mee worstelt. De commissaris had eerder al verontschuldigingen aangeboden aan de fractievoorzitters van de partijen in de gemeenteraad van Noordoostpolder.

Motie van wantrouwen

Een ingediende motie van wantrouwen tegen de commissaris haalde geen meerderheid. De fracties van PVV, JA21, 50PLUS en FvD (23-11) steunden de motie.

Nieuws

menu