Leuker kunnen ze het niet maken

Het artikel uit De Flevolander. Foto: Kees Hermus

In aflevering 90 van ‘Dronten Toen’ schrijft Kees Hermus dat de heffing van onroerend-goedbelasting een verbetering van de financiële positie van de gemeente betekende.

In de krant van 28 januari 1975 staat het artikel met de kop: ‘In Dronten heffing van onroerend goed belasting’. Voorts in kleinere letters dat dat goede nieuws wordt uitgelegd in een huis-aan-huis krantje.

Het was al eerder bekend, omdat de gemeenteraad in 1973 al besloten heeft om met ingang van 1974 over te gaan tot de heffing van belastingen op onroerend goed. Al lange tijd verkregen de gemeenten een deel van hun inkomsten door straat-, grond- en personele belasting te heffen. Daarbij werd in ieder geval de personele belasting door het Rijk geheven en deels weer doorbetaald aan de gemeente.

Om een verbetering van de positie van de gemeenten te bereiken is in 1970 door de Tweede Kamer een wijziging van de gemeentewet goedgekeurd met het doel de mogelijkheden van de belastingheffing voor gemeenten te verruimen. Hiermee komt het oude systeem van belastingheffing te vervallen en wordt overgegaan naar het belasten van het onroerend goed. Dat zijn dan twee varianten, de eerste voor het gebruiken van het onroerend goed (huur) en het tweede betreft het ‘genot hebben krachtens een zakelijk recht’. Dat zijn meestal de eigenaren of erfpachters.

De basis van de berekening is de waarde in het economisch verkeer. Men berekent dan de jaarhuur maal de factor 20. Niet-woningen zullen worden getaxeerd. Om het maar eens te vergelijken met de huidige situatie: tegenwoordig wordt gekeken naar de WOZ-waarde van de woning en bedrijfspand. Men baseert dat dan op de prijsontwikkelingen in de omgeving van de woning en bij bedrijfspanden kijkt men naar de verhuur of herbouwwaarde. Dat wordt dan verwerkt in de jaarlijkse WOZ-beschikking.

In het artikel uit De Flevolander van 1975 wordt met duidelijke rekenvoorbeelden aangegeven wat de gebruikers en eigenaren kunnen verwachten. De invordering wordt overigens niet door de gemeente zelf gedaan: toch weer de Rijksbelastingdienst.

Tegenwoordig wordt de inning van de lokale belastingen uitbesteed aan andere partijen. In het geval Dronten is dat het GBLT (Gemeenschappelijk Belastingkantoor Locosensus Tricijn). Het GBLT is een samenwerking van 7 gemeenten en 5 waterschappen.

Deze samenwerking heeft als voordeel dat door schaalgrootte professioneler en goedkoper gewerkt kan worden. Leuker kunnen ze het niet maken.

‘Dronten Toen’ staat onder redactie van de Stichting Geschiedschrijving Dronten en wordt samengesteld aan de hand van eerdere publicaties in de Flevolander, voorloper van de FlevoPost.

Nieuws

menu