Rietbranden was een regelmatig terugkerende activiteit in de nog jonge polders

Het bewuste krantenartikel. Foto: Kees Hermus

In aflevering 84 van ‘Dronten Toen’ schrijft Kees Hermus over riet branden.

Mogelijk hebt u nog nooit gehoord van riet branden. Mogelijk wel en hebt u daar wel eens hinder van ondervonden toen u pas in de polder woonde.

Fenomeen

Het was het fenomeen van het rietbranden. De Rijksdienst zaaide na het droogvallen van de polder altijd riet in, omdat riet ervoor kon zorgen, dat de drooggevallen gronden eerder bewerkbaar waren. Als het riet zijn werk had gedaan, staken de medewerkers van de Rijksdienst de percelen riet in brand, omdat anders te veel plantdelen de verdere bewerking van het perceel in de weg zouden staan.

Riet is overigens toch al een lastig te bestrijden gewas. Als het land werd verpacht, waren dikwijls nog restanten van riet te vinden en werd het een onkruid. Riet heeft namelijk ondergrondse wortelstokken met uitlopers, die moeilijk te bestrijden zijn.

Andere aanpak

In de krant van 7 maart 1974 wordt melding gemaakt van het feit dat de RIJP een andere aanpak van het riet branden gaat uitproberen. Het riet wordt eerst gerold, alvorens het wordt afgebrand. Voordeel zou zijn dat er minder roet- en rookontwikkeling is. Volgens de krant zou in totaal 6.000 hectare riet worden afgebrand, waarvan op het moment van verschijnen van de krant al 1.000 hectare was gedaan. De overige 5.000 hectare zou, als de omstandigheden dat toelieten, binnenkort aan de beurt zijn.

Dat rietbranden was vroeger een regelmatig terugkerende activiteit van de RIJP. Men onderscheidde in de polders twee verschillende soorten gebieden: een monotoon en een gedifferentieerd gebied.

Vogels liever niet broeden

In het monotone gebied, waar grote vlakten met riet waren gezaaid, wilden de vogels liever niet broeden, omdat ze er moeilijk konden landen. Het gedifferentieerde gebied bestond meestal uit waterplassen, afgewisseld met riet en dat laatste was een ideaal gebied om de proef (kleinschalig) uit te voeren. De Rijksdienst probeerde het altijd voor 15 maart klaar te hebben met een uitloop tot 1 april. Daarna was het, in verband met de broedtijd van de vogels, niet meer wenselijk of niet meer wettelijk toegestaan.

Ieder jaar kwamen er klachten, omdat men er last van had, of omdat men vreesde voor de dieren. Of er, door het rollen van riet, daadwerkelijk minder overlast was, vertelt het verhaal niet.

Geschiedschrijving Dronten

‘Dronten Toen’ staat onder redactie van de Stichting Geschiedschrijving Dronten en wordt samengesteld aan de hand van eerdere publicaties in de Flevolander, voorloper van de FlevoPost.

Nieuws

Meest gelezen

menu