Over knallen in de polder en schapen die rustig doorgrazen. Hoe Dorhout Mees in 1973 een vergunning kreeg voor het kleiduivenschieten

Testschieten. Foto: De Flevolander

In aflevering 78 van ‘Dronten Toen’ schrijft Kees Hermus over een bijzondere vergunningverlening.

‘Dorhout Mees krijgt vergunning,’ kopt De Flevolander van 17 april 1973. ‘Geen geluidshinder kleiduivenschieten aan Strandgaperweg,’ meldt een nog grotere kop. Het artikel stelt dat het er dik in zit dat de gemeente Dronten vergunning zal verlenen aan genoemde onderneming om daar de kleiduivenschietsport te mogen beoefenen op het terrein van kavel X 67.

Geluid van de geweerschoten

Er is een agrarisch bedrijf in de omgeving, dat mogelijk hinder zal ondervinden van het geluid van de geweerschoten. Dit schapenbedrijf ligt zo’n driehonderd meter verwijderd van de schietbaan en de eigenaar daarvan heeft in eerste instantie bezwaar gemaakt tegen de eventuele afgifte van een vergunning.

De gemeente Dronten, in casu het college van B & W, vond het erg moeilijk te beoordelen of deze bezwaren terecht waren. Volgens de aanvrager zou er geen geluidshinder voor de omwonenden zijn. Om toch enigszins tegemoet te komen aan beide partijen en natuurlijk om een goed besluit te kunnen nemen, besloot men proeven te nemen. Voor dit doel verzamelden zich op een vrijdagmiddag de heer Dorhout Mees met zijn assistenten en de betrokken agrariër met zijn echtgenote.

Adjudant van de Rijkspolitie Flevoland

Van de zijde van de gemeente waren drie wethouders aanwezig met de secretaris en de directeur van Publieke Werken. Ook een adjudant van de Rijkspolitie Flevoland was present. Een deel van het gezelschap bleef op het (toekomstige) schietterrein, het andere deel toog naar het schapenbedrijf.

De heer Dorhout Mees loste de schoten. De vrij harde noordwesten wind blies die dag in de richting van de boerderij. Wie dichtbij stond vond het ‘een aardige knal’, maar in en nabij de woning van de boerderij was, naar het oordeel van boer en boerin, het geluid niet van dien aard, dat van hinderlijk lawaai gesproken kon worden. Ook de schapen op de boerderij, die met hun lammeren in de wei stonden, keken niet op of om. Ze graasden, zonder enige schrikreactie, gewoon door.

Mest niet stinkt

Toen het gezelschap weer bij elkaar kwam, zei de heer Dorhout Mees: ‘Het is geen harde knal hè?’. De boer repliceerde door te stellen dat die opmerking vergelijkbaar is met een boer die zegt dat mest niet stinkt. Er werd hard om gelachen en de vergunning werd verleend.

‘Dronten Toen’ staat onder redactie van de Stichting Geschiedschrijving Dronten en wordt samengesteld aan de hand van eerdere publicaties in de Flevolander, voorloper van de FlevoPost.

Nieuws

menu