Dronten Toen 61 | Hoe Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning, zijn opwachting maakte in de eerste raadsvergadering van Dronten

De eerste gemeenteraadsvergadering van Dronten. Foto: Geschiedschrijving Dronten

In aflevering 61 van Dronten Toen schrijft Kees Hermus verder over de eerste vergadering van de gemeenteraad van Dronten.

In de allereerste bijeenkomst van de gemeenteraad gaf, behalve de burgemeester Eppo van Veldhuizen, minister van Binnenlandse Zaken Geertsema een speech. Ook landdrost Otto richtte het woord tot de eerste burgemeester, de aanwezigen en luisteraars.

Minister mr. W.J. Geertsema schetste in zijn rede de gedachte die hem binnenviel bij het zien van de grote ruimte van de polders. Hij moest denken aan Lodewijk de Veertiende (de Zonnekoning) die zich eens liet ontvallen: L’était, c’est moi (De Staat, dat ben ik). Hij doelde daarmee op de gebrekkige, in één persoon geconcentreerde macht die onherroepelijk tot een gebrekkige bestuursvorm moet leiden bij het veroveren van nieuw land.

Dit nieuwe land was in vredestijd, met noeste arbeid, tot stand gekomen. Hij was geïnspireerd door de ontwikkelingen die ertoe hadden geleid om zo snel en zo goed mogelijk een bestuursvorm te creëren, die past in de democratische opvattingen en structuren van onze tijd.

De minister ging verder in op het profiel van de nieuwe burgemeester. Hij ging er vanuit dat de heer Van Veldhuizen snel zou laten zien dat de inspraak van Dronten een goede zaak is geweest. Er was een voorkeur uitgesproken voor een partijgebonden burgemeester, die met de mondige jeugd van tegenwoordig moest kunnen omgaan, een open oog moest hebben voor de sociale en maatschappelijke opbouwproblemen en gevoel moest hebben voor de mogelijkheden op het gebied van economische ontwikkeling en recreatie.

Landdrost Otto begon zijn betoog met de geschiedenis van de Zuiderzeewerken en sloot af met de volgende woorden: ‘35.000 hectare ruimte, gevuld met akkers, bossen, stranden, meren, eilanden, kampeerterreinen, visplaatsen, en jachthavens. Maar ook: industrieterreinen, 4000 arbeidsplaatsen, 3000 woningen, sportterreinen, speelplaatsen, kerken, pleinen en winkels. En 35.000 hectare met mooie luchten, vol vogels en vissen en 13.000 mensen met volop ontwikkelingsmogelijkheden.’

Tot slot maakte hij de opmerking dat het wenselijk is dat groei niet al te snel en geforceerd, maar weloverwogen dient plaats te vinden. Nu, vijftig jaar later, met de opdracht om snel veel woningen te bouwen vanwege woningnood, is dat nog steeds een heel relevante opmerking.

‘Dronten Toen’ staat onder redactie van de Stichting Geschiedschrijving Dronten en wordt samengesteld aan de hand van eerdere publicaties in de Flevolander, voorloper van de FlevoPost.

Nieuws

Meest gelezen