'Wat betreft het stikstofprobleem moet de overheid vooral ook de hand in eigen boezem steken'

De biodiversiteit heeft te lijden onder het stikstofprobleem. Foto: Egbert Voerman

In onze tuin bloeit van alles aan planten en bloemen. Ik zie er veel verschillende soorten insecten zoals mieren, torren, bijen, wespen en vliegen. Zeker als de zon schijnt is het echt genieten met al dat groen en leven om je heen. Niet alleen in de tuin maar ook in de wijk en binnen het groen in Dronten, en daarmee direct om ons heen, lijkt de natuur te barsten van het leven.

Toch een aardige biodiversiteit alle bij elkaar genomen. Je zou bijna denken dat het best goed gaat met natuur en milieu in Nederland. Gekkigheid natuurlijk. We weten allemaal dat we als mensheid zacht uitgedrukt slecht omgaan met de natuur, het milieu, de dieren en het behoud van ecosystemen. We putten de aarde vrij letterlijk bijna uit.

Stikstofprobleem

Om bij de Nederlandse actualiteit te blijven is het stikstofprobleem een grote noemer. Het zal u niet verbazen dat stikstof kleur en reukloos is. Het zal u wellicht wel verbazen dat 78 procent van onze lucht bestaat uit stikstof en onschadelijk is voor mens en milieu. De schadelijke stikstofverbinding met stikstofoxyden is afkomstig van industrie en verkeer. De eveneens ongezonde variant met ammoniak is afkomstig van mest en urine van vee. Teveel uitstoot van dit soort stikstofverbindingen laat gras en onkruid zo snel groeien dat andere soorten planten en bloemen overwoekerd worden. Insecten zoals bijen en vlinders en ook vogels hebben minder te eten, krijgen problemen met de voortplanting en het aantal soorten planten en dieren loopt terug. Met andere woorden de biodiversiteit heeft te lijden.

Geen paniek, dacht ik

De uitstoot van stikstof in Flevoland moet met 24 procent worden verminderd, het laagste percentage binnen heel Nederland. Geen paniek dus in de directe omgeving, dacht ik eerst. Toch zijn er ook binnen onze provincie boeren die zich terecht zorgen maken om hun bedrijf. Volgens de overheid zijn vooral zij het probleem. Onze overheid moet de hand vooral ook in eigen boezem steken. Het ontbreekt hen al jaren aan visie en beleid op het gebied van duurzame landbouw die rekening houdt met de natuur in zijn omgeving.

De boer is een harde werker die vooral druk is met zijn bedrijf. De overheid mag van hem als individu en ik denk ook niet van de boerenbelangenorganisaties een vooruitziende visie en oplossing verwachten. Dat is niet reëel. Echter, dat je als boer geen beleidsmaker bent wil niet zeggen dat je geen waardevolle gesprekspartner uit de praktijk kunt zijn die de Nederland BV tijdig kan voorzien van informatie die meewerkt aan een vooruitziende blik, goed beleid en tijdige maatregelen.

Paniekvoetbal

De overheid had daarom al veel eerder in gesprek kunnen gaan met onze agrarische landgenoten. Er is voortdurend paniekvoetbal van overheidswege en men reageert ook traag op actualiteiten als armoede, vluchtelingen, het wonen, de arbeidsmarkt en het onderwijs. In de toekomst is ad-hocbeleid wat mij betreft uit den boze.

Nieuws

menu