Licht op groen voor ontwikkeling Nationaal Park Nieuw Land

Lelystad Het licht staat op groen voor de ontwikkeling van Nationaal Park Nieuw Land. Het nieuwe natuurpark beslaat een groot gebied, van de Lepelaarsplassen in Almere tot Trintelhaven tussen Enkhuizen en Lelystad, met daar tussenin de Markerwadden, het Markermeer en de Oostvaardersplassen.

Goed voor twee miljoen bezoekers per jaar, is de verwachting. Donderdag is de ontwikkelingsvisie op het gebied gepresenteerd. Dat gebeurde nadat woensdagavond provinciale staten heeft ingestemd met het plan.

Rare leemte ingevuld

‘Wij waren de enige provincie die nog geen nationaal park hadden. En als je bedenkt dat we de meest spectaculaire natuur binnen onze grenzen hebben, de Oostvaardersplassen en de Marker Wadden zijn wereldberoemd, is dat raar,’ zei gedeputeerde Michiel Rijsberman donderdag bij de presentatie. Vandaar dat vier jaar geleden de weg werd ingeslagen om van het eerdergenoemde gebied een nationaal park te maken. Op dat moment een beetje roeien tegen de stroom op, omdat het Rijk net had besloten dat er geen nationale parken meer bij zouden komen in Nederland. Maar op 1 oktober vorig jaar werd die status toch toegekend aan het gebied door minister Carola Schouten, waarmee het 21ste nationale park van Nederland op papier een feit was..

En nu is er de ontwikkelingsvisie op het gebied, donderdagavond door de gehele provinciale staten enthousiast omarmd. ‘Behalve door de PVV, maar die zijn altijd tegen als het om natuur gaat,’ aldus Rijsberman.

[De tekst gaat verder na de foto}

 

Wat er al is

Nu is het niet zo dat het gebied nog in de kinderschoenen staat: veel van de ontwikkelingen die passen binnen dat nieuwe nationale park lopen al: de aanleg van de eilanden van de Marker Wadden, de gewenste veerdienst daar naartoe, het (kite)surfstrand onderaan de dijk bij Enkhuizen, de ontwikkeling van de twee nieuwe poorten bij Lelystad en Almere die straks toegang bieden tot de Oostvaardersplassen, allemaal ontwikkelingen die al in gang zijn gezet of zelfs in de afrondende fase zitten.

In de ontwikkelingsvisie wordt bovendien gebruik gemaakt van veel van wat er al is. Het bijzondere van het gebied is namelijk dat het omgeven wordt door dijken: de Oostvaardersdijk, de Knardijk en de Houtribdijk. Die vormen daarmee ook fantastische uitkijkpunten voor een weidse blik op het unieke gebied. ‘De Knardijk als een vijf kilometer lange Belvedère (uitkijktoren), de Oostvaardersdijk en de Houtribdijk als 50 kilometer lange parkway,’ zegt Francine Houben van bureau Mecano, vormgever van de visie.

Verbinden natuur

De visie voorziet erin de vier natuurgebieden, de Oostvaardersplassen, de marker Wadden, het Markermeer en de Lepelaarsplassen, met elkaar te verbinden. De natuur blijft centraal staan in de kern van de gebieden, maar daaromheen is in een brede ‘schil’ ruimte voor recreatie en toerisme. Bij de eerdergenoemde poorten tot de Oostvaardersplassen, op de Knardijk, op de Oostvaardersdijk, op de Markerwadden.

Investeringen

Het vergt ook een aantal investeringen in nieuwe ontwikkelingen. Langs de Oostvaardersdijk zijn eilanden voorzien. Dat betekent dat er langs de dijk ook plekken moeten komen waar mensen hun auto kunnen parkeren en waar fietsers veilig de weg kunnen oversteken. Eén van die eilanden zou een ‘zonne-eiland’ kunnen worden: een eiland vol zonnepanelen, waar een fiets- of looproute doorheen gaat. De Trekweg die nu al langs de Oostvaardersplassen loopt, kan een safariroute worden. Er komen nieuwe waterverbindingen tussen de gebieden onderling. Op zich een enorme uitdaging, omdat het ook een dijk betreft die Flevoland beschermt tegen het water. ‘Zes meter hoogteverschil maakt het een lastige klus. Maar met de dijkverhoging die er moet plaatsvinden kun je wel verschillende ontwikkelingen combineren,’ zegt Houben.

Het Hollandse Hout, nu vooral een productiebos, zal worden vernat, zodat er vanaf de Knardijk een zichtbaar logische verbinding is tussen de Oostvaardersplassen aan de ene kant en Lelystad aan de andere kant. En ook vanaf de A6 moet het natuurgebied zichtbaar zijn en moeten de 60.000 auto’s die daar dagelijks overheen rijden weten dat ze langs een nationaal park rijden.

Station Nieuw Land

Houben heeft daarbij ook nog een droom: een treinstation op de Knardijk, waar de Flevospoorlijn nu toch al langs raast. ‘Een station als toegang voor het gebied. De trein hoeft daar niet altijd te stoppen: dat kan ook alleen in het weekend, of feestdagen en/of in de vakanties.’ Volgens haar zal dat nog wel wat voeten in aarde hebben. ‘Het is nu zo dat de politiek de NS voorschrijft dat er pas een station wordt ontwikkeld, als daar 5.000 tot 10.0000 mensen in de directe omgeving wonen. Om daarmee te breken, vraagt dus ook om een politiek besluit, want hier wonen misschien 5 tot 10 mensen in de directe omgeving. Maar tot nu toe kom ik vooral enthousiasme tegen over dit idee.’

Kansen voor ondernemers

Dat allemaal maakt weer dat rondom het gebied zich allerlei kansen voor toeristische en recreatieve ontwikkelingen voordoen: verblijfsaccommodaties, campings, het organiseren van allerlei natuur-, sport-, educatieve- en plezieractiviteiten, het plan biedt volop kansen aan ondernemers die daar brood in zien. ‘Daarbij willen we juist lokale ondernemers faciliteren.’

Tijd en geld

Er is veel geld gemoeid met het plan. ‘Als we al onze dromen waarmaken betekent dat 300 tot 400 miljoen euro investering in de buitendijkse ontwikkelingen, zoals de dijken, en 60 tot 70 miljoen in de binnendijkse ontwikkelingen,’ zegt Rijsberman. Maar dat zijn investeringen die de provincie niet alleen doet, want allerlei partijen participeren: het Rijk, Rijkswaterstaat, de gemeenten Lelystad en Almere, het Waterschap, Staatsbosbeheer, het Flevolandschap en Natuurmonumenten. Het is bovendien een plan dat niet in één of twee jaar tijd wordt uitgevoerd, maar waarvan de ontwikkeling wel twintig jaar in beslag kan nemen.

De basis: waarom?

En bij zulke bedragen en tijdspannes is het belangrijk toch weer even terug te keren naar de oorsprong: waarom doe we dit? ‘Het is een uniek natuurgebied, een vogelreservaat, dat tegelijkertijd ook volop kansen bied voor economische ontwikkelingen. De natuur toegankelijker maken voor de mens, duurzaamheid bevorderen, de waterkwaliteit van het Markermeer verbeteren, er zitten allerlei aspecten in,’ zegt Rijsberman.

Daarbij doet zich ook een typisch Flevolands fenomeen voor. ‘Het ontstaan van de andere twintig nationale parken in Nederland is vrijwel allemaal ingegeven door de wens de natuur daar te beschermen tegen de oprukkende economie. Hier is het precies andersom: de natuur toegankelijk en beleefbaar maken voor een breed publiek en daar ook een economische kans in te zien,’ aldus Rijsberman. Want die twee miljoen beoogde bezoekers per jaar, die komen er, is de stellige overtuiging van Houben. ‘Het gebied heeft hu al één miljoen bezoekers per jaar, dus als de dromen uit dit plan werkelijkheid worden, is het een koud kunstje dat te verdubbelen.’

Kijk voor meer informatie op de website van Nationaal Park Nieuw Land.