Stationsplein
Door Kees Bakker

Z.o.z.

Lelystad - Het is waar dat de toon harder wordt in openbare debatten en dat er steeds meer in extremen wordt gediscussieerd. Je bent voor of je bent tegen, voor een genuanceerd geluid is nauwelijks ruimte.

Vliegvelddirecteur Hanne Buis haalde dat op 22 januari aan tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst. Zij merkt het in de discussie over Lelystad Airport, maar ook in die over de Oostvaardersplassen.

Social media

Die verharding en het denken in uitersten heeft vooral te maken met social media, al kunnen ‘de media’ er ook wat van. Als je gewoon van mens tot mens een gesprek hebt met iemand, over het vliegveld of over de Oostvaardersplassen, is er veel ruimte voor nuance. Mensen zijn dan ook helemaal niet radicaal ergens voor of tegen, want vrijwel elk standpunt wordt gevolgd door een ‘maar’.  Op social media is daar nauwelijks ruimte voor en ‘de media’ pikken dat tegenwoordig vaak op. Ik schrijf ‘de media’ graag tussen haakjes, omdat er via kranten, televisie, radio en internetmedia vaak veel ruimte is voor het genuanceerde geluid. Je moet het alleen wel willen zien. En verder kijken dan de headlines.

Niet eerst lezen

Ik heb een tijdje geleden een column geschreven die begon met de zin ‘Er is nooit iets te doen in Lelystad’, om daaronder een hele opsomming te geven van alle dingen die er te doen zijn in Lelystad en te concluderen dat degene die vindt dat er niets te doen is onder een steen heeft geleefd en zich moet schamen. Dan krijg je op Facebook toch een reactie van iemand die alleen de eerste zin heeft gelezen en daar onmiddellijk op reageert: “Wat een onzin! Er is van alles te doen in Lelystad”.

Hoppa. Niet eerst iets lezen, gelijk reageren. Dat zal ze leren! Het overkomt iedereen, hoor, mij ook. Ook ik krijg wel eens een bericht te lezen waar ik me gelijk boos over maak, om er dan pas later achter te komen dat het nepnieuws is. Of satire.

Proefwerk

Dat is ook van alle tijden. Tijdens de les Nederlands op de Middelbare Detailhandelsschool kregen we eens onverwacht een proefwerk. ‘Lees eerst alle vragen goed door en ga daarna pas de antwoorden geven’ stond er bovenaan het blad en de leraar benadrukte dat nog eens. De eerste van de tien vragen was makkelijk, daarna werd het steeds moeilijker. Onderaan het blaadje stond ‘z.o.z.’.  Vrijwel de hele klas begon gelijk met het invullen van het antwoord op vraag één, om daarna te gaan zweten op de andere vragen. Ik ook. Bij z.o.z. aangekomen draaide ik het blaadje om. Op de andere kant stond ‘Geef op één van de tien vragen van dit proefwerk antwoord en lever het in bij de leraar’.

‘Hoppa. Dat zal ze leren,’ moet die hebben gedacht.