Gemeente Lelystad neemt tijd om motie over statushouders uit te werken

Lelystad - De gemeente Lelystad gaat onderzoeken hoe zij invulling kan geven aan de wettelijke taakstelling om statushouders (asielzoekers met verblijfsvergunning) te huisvesten en gaat daarover in gesprek met Centrada en huurdersorganisatie HVOB. De gemeenteraad wil dat statushouders geen voorrang meer krijgen bij een huurwoning.

Het onderzoek is nodig na de aangenomen motie in de gemeenteraad om het statushouderschap niet langer grond voor urgentie te laten zijn en daarmee vergunninghouders niet meer automatisch voorrang te verlenen bij de toewijzing van een sociale huurwoning.

Geen verplichting meer

Het Rijk verplicht gemeenten niet meer om statushouders met voorrang in de sociale huursector te huisvesten. Een aantal gemeenten heeft daarop de statushouders als urgentiecategorie afgevoerd. De gemeenteraad van Lelystad heeft 6 november bij motie het college opgedragen dat ook te doen.

Lelystad voldoet aan jaarlijkse taakstelling

Tegelijkertijd bestaat wel de aan elke gemeente opgelegde wettelijke taakstelling om een bepaald aantal mensen met vergunning tot verblijf onderdak te geven. Als een gemeente dat niet doet, dan kan de provinciale overheid de benodigde huisvesting regelen en die kosten doorrekenen aan de nalatige gemeente. Tot nu ligt Lelystad op schema en voldoet zij aan de jaarlijkse taakstelling. De vraag is nu hoe enerzijds invulling kan worden gegeven aan de opgedragen taak geen voorrang meer te geven aan statushouders en anderzijds te voldoen aan de wettelijke taakstelling.

Prestatieafspraak wordt procesafspraak

De aangenomen motie heeft gevolgen voor de met Centrada en HVOB te maken prestatieafspraken. Twee artikelen die gaan over de woonruimteverdeling worden tekstueel aangepast. In plaats van de afspraak dat Centrada 97% van het aantal te huisvesten statushouders die Lelystad krijgt opgelegd voor haar rekening neemt, komt er vooralsnog een procesafspraak: de gemeente gaat onderzoek doen naar de manier waarop invulling kan worden gegeven aan de taakstelling, rekening houdend met uitvoering van de motie en betrekt hier Centrada en HVOB bij.

Geen vertraging besluitvormingsproces

De motie is aangenomen op een moment dat de prestatieafspraken voor 2019 al voor toetsing (voor het afgeven van een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’) door het college naar de gemeenteraad zijn gestuurd. Om dit proces niet te vertragen (de prestatieafspraken moeten vóór 15 december bij de minister van Binnenlandse Zaken zijn) is nu de procesafspraak voorgesteld en als aanvulling gevoegd bij de prestatieafspraken.