Geen directe hulp uit Den Haag voor MC Zuiderzee

Lelystad - Vanuit Den Haag komt voorlopig geen directe hulp voor het behoud van spoedeisende hulp en acute verloskunde in Lelystad. Minister Bruins wil zich daar graag voor inspannen, maar is afhankelijk van het bod van het St Jansdal voor de doorstart van MC Zuiderzee.

Dat blijkt uit een Kamerdebat dat woensdagmiddag is gehouden. De oppositie sleep daar de messen en had felle kritiek op zorgminister Bruno Bruins, de regeringspartijen zijn er van overtuigd dat de minister doet wat hij kan.

Personeel

En dan is het beste wat Lelystad overhoudt een ziekenhuis met poliklinische zorg voor dagbehandelingen en een spoedpost voor laagcomplexe zorg, met op termijn wellicht een uitbouw naar meer. Want volgens het bod van het St Jansdal is er op dit moment niet genoeg personeel om beide posten te bemannen.

Dat die boodschap wordt tegengesproken door de medische staf van MC Zuiderzee is iets wat de minister bij St Jansdal en de curator van MC Zuiderzee zal neerleggen, maar dan gaat het er toch echt om wat die twee daarmee doen. Het enige wat de minister kan doen is druk uitoefenen en de bijdrage van vier miljoen euro die hij jaarlijks beschikbaar wil stellen voor beide afdelingen, ook beschikbaar te houden in de toekomst.

Doorstart

De inzet van Bruins is er nu vooral op gericht dat de doorstart van het ziekenhuis er komt en dat dat gebeurt voor alle poliklinische zorg die nu nog wordt geboden, afgebouwd is. ‘Dat is echt waarop ik zou willen koersen.’

Spijt

Bruins gaf aan het begin van het debat toe dat hij in het begin van de ziekenhuiscrisis niet goed heeft gereageerd. ‘Het spijt me dat ik hier eerder met te weinig warmte over heb gesproken, te technisch, te bureaucratisch.’ Voor de rest gaf hij aan dat ziekenhuizen in ons huidige zorgsysteem failliet kunnen gaan, maar dat hij wel wil studeren op maatregelen om dit in de toekomst eerder te zien aankomen, zodat hij ook eerder kan reageren.

Politiek debat

Voor de rest was het debat van woensdag vooral een politiek debat, waarbij de oppositie de minister verwijt te laks, te weinig adequaat en te technisch te hebben gereageerd op de ontstane crisis. Daarbij lijkt het debat over de positie van de minister nooit ver weg te zijn, maar de regeringspartijen nemen hem wat dat betreft in bescherming. ‘Het is te simpel om te zeggen “Doe de minister maar weg”, want een volgende minister kan dit ook niet oplossen,’ zei VVD-Kamerlid Arno Rutte.