Column Hans Engelvaart
Door Hans Engelvaart

De poppetjes

Wanneer de collegeprogramma’s klaar zijn komen de wethouders in beeld. Wie schuiven partijen naar voren? En hoeveel wethouders komen er? De oppositie wil er vaak minder dan de collegepartijen, die toch vooral hun stempel willen drukken op het dagelijks bestuur.

In de week voor de gemeenteraadsverkiezingen in Dronten verscheen er vanuit het college, dat nog maar bestond uit twee wethouders en de burgemeester, een schrijven met vijftig punten. Dat epistel moest ons doen geloven dat het college in het laatste half jaar, na het vertrek van de CDA-wethouders, pas echt zaken had gerealiseerd. Het leek erop alsof er in de voorgaande drieënhalf jaar niets was gebeurd. Alle eer kwam zo’n beetje bij het restant van het college terecht.

Logisch dat er mensen zijn die dachten dat met één wethouder erbij een perfecte situatie zou ontstaan. Er zou ook nog eens een fiks bedrag bezuinigd worden, wat de gemeenschap ten goede komt. Dan komt echter het pluche in beeld, evenals de macht van de getallen. Eerdere argumenten blijken ineens in de prullenbak beland.

Wethouder zijn is niet makkelijk. Dat weet ik uit eigen ervaring. Je moet op veel borden tegelijk kunnen schaken. Als je het laatste onderzoek van ‘Binnenlands Bestuur’ bekijkt zie je dat vier op de tien wethouders de vorige periode de eindstreep niet hebben gehaald.

Toen groep 8 van een basisschool het gemeentehuis eens bezocht en iemand vroeg wat voor diploma een wethouder moet hebben vielen de monden open toen ik op mijn ingelijste handmelkdiploma aan de wand wees en zei dat dat voldoende was. In alle ernst: zo is de praktijk al jaren.

Ga er maar van uit dat een veterstrikdiploma echt niet voldoende is. We moeten respect hebben voor diegenen die die baan willen invullen. Voor de plaatselijke zaken van alle dag zijn wethouders onmisbaar. Ik wens het nieuwe college dan ook veel succes toe.