Genieten van kwetterende vogels in Kamperhoek

Swifterbant - Het zijn parels in de polder; de kleine natuurgebieden die Het Flevo-landschap beheert in onze jonge provincie. Neem bijvoorbeeld Kamperhoek, vlak naast de oprit van de A6 bij Swifterbant en grenzend aan het Ketelmeer.

Kamperhoek is een ‘verrassend bos-en moerasgebied, waar veel vogels en zoogdieren leven. Ook is er een oeverzwaluwwand waar ruim 1100 broedparen zitten en er is een actief ringstation’, vertelt boswachter Merijn Kuiper. De jonge boswachter stapt uit zijn auto en loopt door het natte gras naar de vogelkijkhut met uitzicht op de plas en het moeras.

Kleine karekiet

Ineens staat hij stil. ‘Hoor je de kleine karakiet?’ Vanuit het riet ratelt een enthousiast vogeltje. ‘De vogels houden van het moeras. Ze maken hun nesten in het riet.’

Hij vertelt dat Kamperhoek een belangrijke rust-en slaapplaats is voor trekvogels is die richting Scandinavië vliegen. ‘Hier kunnen ze eten, rusten en wachten totdat de wind goed staat om de oversteek over het IJsselmeer te maken.’

(Lees hierna verder)

 

Vogelkijkhut

De vogelkijkhut ligt verscholen in het groen. Via de luikjes heb je een mooi overzicht over het gebied. Vlakbij de hut graast een kudde Herefordskoeien. ‘Ze zorgen voor openruigte, waardoor het natuurgebiedje onder andere grauwe ganzen aantrekt en aalscholverkoppels'.

'Kamperhoek is ontstaan na de inpoldering van Flevoland’, vertelt hij. Het voormalige zanddepot werd ontwikkeld tot het eerste natuurbouwgebied van Nederland. Er werd een plas gegraven en een kade voor het moeras gemaakt. Een pomp houdt sindsdien het waterpeil op niveau.

In oude staat teruggebracht

In de jaren '80 groeide het moeras dicht. Maar dankzij een financiële bijdrage van de Postcodeloterij werd het gebied in oude staat teruggebracht. De verlande plas werd uitgebaggerd en de waterbeheersing is verbeterd door het plaatsen van twee nieuwe pompen, de aanleg van nieuwe waterpartijen en het opschonen van de ringsloot.

Sinds de verschaling roeien er planten als de stijve ogentroost, de rietorgis en de geleratelaar. Het moeras is aantrekkelijk geworden voor libellen en amfibieën en valt in de smaak bij broedvogels, zoals dodaars, rietzangers en baardmannetjes. Maar ook soorten als blauwborst, bruine kiekendief, kleine karekiet en de waterral komen er voor.

(Lees hierna verder)

 

Oeverzwaluwwand

De oeverzwaluwwand is het beste vanaf de Visvijverweg te bekijken. De vogels, die boven het water vliegende insecten eten, broeden in zelf gegraven gangen in steile wanden. Ze vliegen af en aan. Een indrukwekkend gezicht! ‘Soms pikt de boomvalk de vogels als kroketjes uit de muur weg’, vertelt de boswachter.

Kamperhoek is een bekende plek voor oeverzwaluwen. ‘Sinds 2002 broeden hier honderden paren en in 2014 bereikten we zelfs een record met 1100 broedparen. Hoeveel er dit jaar zijn, weten we nog niet. Het aantal breidt zich nog wekelijks uit.’

Vogels spotten

‘Kamperhoek is klein, maar fijn’, zegt Merijn Kuiper. Het gebied bestaat uit 44 hectare bos, 23 hectare moeras en 25 hectare grasland. ‘Mensen komen hier vooral om te genieten van de rust. Ze hebben vaak een grote fotocamera mee, waarmee ze bijzondere vogels hopen te fotograferen. Het is een perfecte plek om vogels te spotten te luisteren naar hun gekwetter.’

Het Flevo-landschap houdt op aanvraag excursies in het moerasgedeelte en er is een onverhard wandelpad. Kamperhoek is te vinden in de buurt van de Ketelbrug; bereikbaar vanaf Swifterbant via de Kamperhoekweg, bij de rotonde rechtsaf de Visvijverweg op. Na 300 meter is de ingang. Parkeren kan langs de weg.