Meekijken bij ringbaan Kuinderbos (foto's)

Bant - 'Dit is het mooiste moment van de dag,' zegt bioloog Niko Groen. Het wordt langzaam licht als het Kuinderbos bij Bant ontwaakt: rijp vormt zich op het gras en er klinkt een ware kakofonie aan vogelgefluit.


De tjiftjaf maakt zijn kenmerkende geluid en ook de zwartkop en de territoriale koolmees laten zich horen. Groen loopt doelbewust op een afgezet pad af, dat deze ochtend het domein is van de vogelringers.

'Sommige mensen vinden het zielig wat we doen' 

Het Kuinderbos is sinds drie jaar een onderzoekslocatie voor het Vogeltrekstation. Met name lokale bosvogels en vogels die op doorreis zijn, worden hier gevangen. Ze worden gedetermineerd, gemeten en gewogen en voorzien van een unieke metalen ring. De gegevens worden genoteerd, waarna de vogel weer wordt vrijgelaten.

'Het vangen en ringen van de vogels is puur wetenschappelijk. Onze gegevens komen in een landelijke database van het Vogeltrekstation in Wageningen,' vertelt Groen. 'Op deze manier wordt de vogeltrek in de gaten gehouden, net als het broedsucces, de reproductie en de verhouding van oude en jonge vogels.'

Ringbaan

Op strategische plekken in het Kuinderbos zijn vijf netten geplaatst, de zogenaamde ringbaan. Nu de klok 6.00 uur heeft geslagen, worden de netten uitgevouwen en is het onderzoeksterrein klaar. De ringers gaan aan de slag. Om de 20 minuten worden de netten geïnspecteerd en de gevangen vogels uit de netten gehaald. 'We willen de vogels zo kort mogelijk gevangen houden,' legt Groen uit. 'Het zijn vrije dieren.'

Bij de eerste controleronde zijn twee kleine vogeltjes in de mistnetten gevlogen: netten met een soort opvangzakje, waar de vogels in belanden als ze tegen het net vliegen. Vrijwilliger en aspirant ringer Adri de Boer haalt behendig een roodborstje los. De vogel is muisstil en ondergaat het gelaten. De Boer pakt het vogeltje geroutineerd beet in de ringersgreep en stopt 'm in een klein linnen zakje. 'Hierin raakt hij minder gestrest.'

Elke vogelsoort een eigen ringmaat

'Sommige mensen vinden het zielig wat we doen,' vertelt Groen. 'Maar niemand die niet gecertificeerd is, komt aan een vogeltje. We hebben allemaal ervaring, we weten wat we doen en we doen alles in het belang van de vogels en de wetenschap.' Als alle netten zijn gecontroleerd, gaan de ringers naar een keet die te midden van de ringbaan staat. De zakjes met vogels worden aan haakjes gehangen, met hetzelfde nummer als het net waarin ze zijn gevangen.

Het roodborstje wordt voorzichtig uit het zakje gehaald, zijn kopje tussen de vingers van aspirant ringer Mark Visser. Hij pakt een ringetje. 'Voor elke vogelsoort hebben we een voorgeschreven ringmaat,' legt Groen uit. Het nummer van het ringetje wordt opgeschreven, waarna Visser het met een speciale tang om een pootje buigt. 'De ring is van aluminium en zit heel ruim,' verduidelijkt Groen. 'Daar heeft de vogel geen hinder van.'

Vogelringers werken aan gedetailleerde database

Visser spreidt intussen een vleugel uit en legt die langs een liniaal, de maat geeft hij door aan collega Sandra Broers-Visscher, die alle biometrische gegevens noteert. Door te kijken naar de conditie van de vleugel- en staartveren, wordt de leeftijd bepaald. 'Jonge, nieuwe veren zijn puntig en spits.' Dit roodborstje beleeft zijn tweede kalenderjaar.

Visser vouwt de vleugels voorzichtig langs het lijfje en stopt het roodborstje in een speciale koker. De koker zet hij op een elektronische weegschaal. 'Acht komma twee gram,' zegt hij tegen Broers-Visscher. Vervolgens houdt hij het kokertje voor een bakje dat door de wand van de keet steekt: de vogel vliegt weg en is het volgende zakje aan de beurt.

'Juist de geringde vogel is interessant' 

Zo werken de ringers systematisch en geroutineerd alle zakjes af. Uit één van de zakjes komt een vogeltje dat al een ring draagt. De Boer: 'Juist de geringde vogel is interessant voor ons. Dit is een fitis, die overleven in Afrika of Spanje. Deze heeft dus een lange reis achter de boeg.' Het vogeltje is in gewicht toegenomen, blijkt als de ringers de gegevens van de vorige vangst erbij pakken. 'Maar we gaan niet speculeren over wat dat betekent,' zegt Groen streng. 'We zorgen nu alleen voor data.'

Wel merkt hij persoonlijk aan de vogels die hij hoort en vangt, dat er een verandering gaande is. 'Ik merk dat de tjiftjaf steeds vaker hier blijft en we vangen hier nu vogels die ik vroeger alleen in Frankrijk zag,' zegt hij. 'Het schuift echt op.'