Jan Gras: 'Het theater houdt me jong'

Lelystad – Jan Gras vierde dit jaar zijn 25-jarig jubileum als theaterdirecteur. Een mooi moment om terug- en vooruit te blikken.

Gras begon zijn carrière als ambtenaar ‘Cultuur en welzijn’ bij de gemeente Papendrecht in 1977. Daar was hij betrokken bij de ontwikkeling van Theater De Willem. In 1982 raakte hij, wederom als ambtenaar, betrokken bij de omvorming van het voormalige gemeentehuis in Hoofddorp tot een minitheater. ‘Er was weinig geld voor de exploitatie van dat theatertje, dat honderd stoelen had. Het was de tijd van Youp van ’t Hek en Jack Spijkerman. Die hadden behoefte om te repeteren ion de periferie van Amsterdam. Dat bood het theatertje niet alleen bestaansrecht, het maakte ook dat die lichting van opkomende cabaretiers er optrad.’

Groei

Het theater groeide van vijftig naar honderdvijftig voorstellingen per jaar. ‘Brigitte Kaandorp opende het theater in 1984, Jack Spijkerman maakte er furore. Lebbis en Jansen, Youp, het was de tijd van een cabarethoos en allemaal zijn ze er geweest.’ Na enige tijd ontstond er in Hoofddorp de wens voor een groter theater. ‘Je snapt, dat werkte in niet tegen.’

In 1991 werd Gras benoemd tot directeur van dat nieuwe theater-in-voorbereiding, dat samen met het CKV in één gebouw moest komen. Ook het oude vestzaktheater kreeg hij onder zijn hoede. Toen Gras als directeur betrokken was bij een nieuwe uitbreiding in Hoofddorp, met een nieuwe zaal, poppodium en de bibliotheek, leek het hem tijd om na 25 jaar Hoofddorp ook eens verder te kijken.

Rondkijken

Lelystad kwam op zijn pad. ‘Het was niet de eerste stad waar ik aan dacht, maar ik ben niet zo van de vooroordelen. Ik kende Lelystad alleen als schaatser, van de Oostvaardersplassen, maar ben er gaan praten en eens gaan kijken.’ De nieuwe Agora was toen al anderhalf jaar in bedrijf. ‘Ik was gelijk enthousiast, over het gebouw en het bestuur. Je hebt lef, smaak, durf en fantasie nodig om in een toen gedateerd Stadshart zo’n gebouw neer te zetten.’

Verrast

Gras was verrast door de diverse samenstelling van de bevolking. ‘Cultuur is een verbindend middel voor een stad die je aan het bouwen bent. Je geeft er je stad een ziel mee.’ Het theater had het niet makkelijk in die tijd. ‘Het theaterbezoek was relatief minder dan in vergelijkbare steden in Nederland. Dat heeft ook met de nieuwe stad te maken, zo blijkt uit onderzoek. Veel mensen die hier zijn komen wonen, gaan nog uit in de gemeente waar ze vandaan komen. Daar gaan, zo blijkt, twee generaties overheen.’

Magisch

Maar Gras ging de uitdaging aan en heeft daar tot op de dag van vandaag geen spijt van. ‘Er zijn natuurlijk grote veranderingen geweest. De crisis sloeg toe, theater maken is veel duurder geworden door allerlei regels en regelgeving. Maar ik ben zo van theater gaan houden. Het heeft mijn leven veranderd en verandert het nog steeds. Ik mag iedere keer meekijken naar het resultaat van e creativiteit van mensen. Creativiteit en fantasie zijn de mooiste kenmerken van onze samenleving. Dat staat voor mij bijna op dezelfde voet als liefhebben. Mensen emotioneren met muziek, tekst, spel en hulpmiddelen als decor en lampjes…. In het theater beleef je even een andere wereld. En dat doe je met elkaar. Als de omstandigheden optimaal zijn, gebeurt er iets magisch. Dat raakt me, nog elke keer.’

Gemist

Want Gras wordt nog steeds verwonderd. ‘Heel af en toe heb ik wel eens het gevoel ‘Dit heb ik al eens gezien’, maar dat gebeurt niet vaak. Als dat wel zo was, zou ik stoppen. Maar het theater houdt me jong.’

Gras heeft veel talent zien opkomen. Heeft hij ook wel eens wat gemist? Hij lacht. ‘Waardenberg en De Jong. Ik kon er niet doorheen kijken bij hun eerste programma. Hun impresariaat zei ‘Je vergist je, kom asjeblieft ook bij het tweede programma kijken’.  En ze hadden gelijk: na hun tweede programma was ik om.’

Betekenis

Het ‘nieuwe’ in Lelystad boeit hem nog steeds, al heeft het theater zoals bekend ook lastige tijden achter de rug. ‘Natuurlijk, in een nieuwe stad mislukt ook wel eens wat. Daar leer je van. Hier wordt ten slotte hoofdstuk één van de geschiedenis geschreven. En dat zal, zo zal de tijd leren, zeker betekenis hebben. Hier is ruimte, om dingen te doen en ook wel eens dingen te laten mislukken. Dat maakt het werken in deze stad echt uniek!’