Waterwolf knaagt aan voeten van eiland Urk (filmpje)

Urk - 'Brullend ontwaakte de waterwolf.' Zo beschrijft Cordula Rooijendijk in haar boek 'Waterwolven' de storm die op 13 januari 1916 verwoestend toesloeg in het Zuiderzeegebied.

Watermassa

De schrijfster citeert een bewoner van een Zuiderzeedorp: 'Voordat hier het water kwam, beklom ik eerst de toren om mij ervan te overtuigen, dat de Zuiderzeedijk echt doorbroken was. Ik schrok me een ongeluk, toen ik de watermassa zag aankomen'.

Urk lijdt 'slechts' materiële schade

De stormvloed richtte grote schade aan in de plaatsen rondom de voormalige Zuiderzee. Er waren zo'n vijftig doden te betreuren. Het eiland Urk - toen nog Noord-Hollands - lag midden in die woest kolkende binnenzee, maar leed 'slechts' materiële schade.

Gedicht 'Na den storm'

Dit blijkt uit het anonieme gedicht 'Na den storm', dat op 5 februari 1916 werd gepubliceerd in De Urker Courant: 'O, zeker! Urk heeft ook geleden, / maar toch, het heeft nog vele reden / Dat men er niet als hier, op heden / terneer zit, met een klacht en zucht?'

Gedetailleerd verslag

In De Urker Courant van zaterdag 22 januari 1916, de eerste editie die na de stormvloed verscheen, wordt gedetailleerd verslag gedaan van de storm op Urk. De anonieme schrijver maakt met de lezer een wandeling over het eiland 'om alles in oogenschouw te kunnen nemen'.

Het begint met afgewaaide pannen van de Noordzijde en schepen op de werf van Kl. Hakvoort die van achteren onder water staan, 'enkelen zijn van de werf afgedreven'. In een timmerschuur stond het water zo hoog, dat grote partijen hout omvielen. 'Het leek net een groot houtvlot.'

Benedenbuurt staat blank

Vooral in de benedenbuurt van het eiland, de 'ongerbuurt', liepen kelders onder en stonden winkels en schuren blank. In de benedenwoning van Evert Groothuis aan de Zuidzijde stond het water om elf uur 's avonds half onder de tafel. 'De bewoners moesten met hun kindertjes het perceel verlaten'. De bovenbewoners hadden geen last van het water, maar moesten noodgedwongen op hun kamer blijven. Albert Hakvoort (van Ente) moest om 4 uur zijn vrouw en moeder door het raam naar buiten helpen en in veiligheid brengen.

In de zouterij van P. Keuter, die werd gebruikt als pakhuis voor groenten, dreven de 'roode en witte koolen' bij massa's rond.

Kalf verdrinkt

'Bij A. Woord hield men tot vier uur 's morgens het water buiten huis, maar toen kwam het door de kelder naar binnen, zoodat het niet lang duurde of ze moesten de woning verlaten'. Spithorst, die een zouterij had, had door het hoge water `het verlies van een kalf te betreuren'.

In het huis van Lubbert Korf, bewoond door een Belgisch officier met gezin (geïnterneerd op Urk tijdens de Eerste Wereldoorlog), stond het water tot aan de onderkant van de tafel. 's Nachts om vier uur werden de bewoners er uitgehaald.

En zo gaat de anomieme schrijver nog even door met zijn wandeling over het eiland. Mensenlevens waren er gelukkig niet te betreuren, maar toch leden veel eilandbewoners schade van de storm. Goederen en levensmiddelen waren door het zoute zeewater vernield of waardeloos geworden. 'Het herstellen van de stormschade zal voor de gemeente een hooge uitgave vereischen'.

Veilig in de haven

De vissersschepen - cruciaal voor de belangrijkste inkomstenbron op Urk - bleven gespaard: 'Gelukkig voor onze vloot dat de wind Noorden was, en lagen onze visschersschepen veilig in de haven'.

Op de lange termijn heeft deze stormvloed voor Urk verstrekkende gevolgen gehad. De Zuiderzeewet, een direct gevolg van deze storm, leidde tot de afsluiting van de Zuiderzee. Zout werd zoet. Op 3 oktober 1939 werd het laatste gat in de dijk tussen Urk en Lemmer gedicht. Burgemeester Keijzer van Urk en burgemeester Krijger van Lemmer drukten elkaar de hand. Een historische gebeurtenis die in 2014 werd herdacht. Urk was eiland-af.

Dit artikel kwam tot stand met de hulp van Museum het Oude Raadhuis en de Vereniging Vrienden van Urk.

Lees meer in ons dossier 'Stormvloed 1916'.