Stormvloed 1916 was zegen voor inpoldering Zuiderzee (filmpjes)

Lelystad - Het klinkt wrang, maar de watersnoodramp van 1916 was een zegen voor de inpoldering van de Zuiderzee.

Afwegen van kosten en baten

De discussie die decennia lang duurde was er tot dan toe vooral één van economische aard. 'Het was een voortdurend afwegen van kosten en baten. Na de ramp was iedereen er ineens van doordrongen dat het ook om de veiligheid ging,' zegt onderzoeker Henk Pruntel van het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad.

Veiligheidsaspect speelt nauwelijks rol

De uitvoering van het plan van ingenieur Cornelis Lely liet lang op zich wachten omdat het veiligheidsaspect nauwelijks een rol speelde in de discussie. Na de watersnoodramp van 1825, waarbij grote delen van Friesland, de Kop van Overijssel en Waterland werden getroffen en 379 mensen het leven lieten, was het nog steeds de economische afweging die leidend was.

Pruntel: 'Dat terwijl die ramp veel groter was dan die van 1916. Toen kwamen vijftig mensen om het leven. Toch was inpoldering toen geen onderwerp van gesprek. Er werd vooral gekeken hoe de kust kon worden versterkt.'

Ommekeer kwam in 1916

De ommekeer kwam na de ramp van 1916. In historisch perspectief kun je zeggen dat die watersnoodramp aan de basis heeft gestaan van Flevoland. Pruntel: 'De ramp was een zegen voor toenmalig voorzitter Gerard Vissering van de Zuiderzeevereniging. De discussie ging jaren over de financiële haalbaarheid, over kosten en baten. Door de Eerste Wereldoorlog raakte de overheid overtuigd van het feit dat nieuwe landbouwgronden van groot belang waren - en dus inpoldering van de Zuiderzee, maar dat was nog steeds een economische insteek. Na de ramp van 1916 lag de focus ineens op veiligheid.'

Economische crisis

Het leek nog even mis te gaan. Na het droogvallen van de Wieringermeer en de aanleg van de Afsluitdijk dreigde de drooglegging van de Zuiderzee te worden stopgezet. Pruntel: 'In de jaren dertig kampte Nederland met een economische crisis. De discussie ontstond of er nog geld moest worden gestopt in de voortgang van de inpoldering.'

Cruciale rol voor Colijn

Een cruciale rol was er voor minister-president Colijn. De inpoldering van het IJsselmeer moest doorgaan, vond hij. Pruntel stelt dat zonder de inbreng van Colijn de inpoldering vertraging zou hebben opgelopen. `De Noordoostpolder was wellicht pas in de jaren vijftig drooggelegd, de rest van Flevoland pas daarna.'

Enorme investering

Zonder de Zuiderzeewet was Nederland anno 2016 een land geweest dat altijd had moeten leven met de dreiging van overstromingen, stelt de onderzoeker. De dijken rond de Zuiderzee zouden veel sterker en hoger zijn geweest. Dat zou een enorme investering zijn geweest, stelt hij. 'Nadat de Afsluitdijk klaar was is daar veel minder aandacht aan besteed. Als de Zuiderzee er nog was geweest hadden de dijken Delta-hoogte moeten hebben.'

Nederland had er zonder Zuiderzeewet ook qua infrastructuur anders uitgezien. Pruntel: 'De verbinding tussen Friesland en West-Friesland had uit een veerboot bestaan, zoals die er vroeger was tussen Stavoren en Enkhuizen. Tegenwoordig rij je via de A6 makkelijk vanuit Amsterdam naar het noorden. Dat had zonder Flevoland niet gekund. Dan had je om de Zuiderzee heen moeten rijden.'

Groot zoetwaterreservoir

Hij noemt nog een aantal belangrijke zaken die het Zuiderzeeplan heeft opgeleverd. 'Met het IJsselmeer heeft Nederland de beschikking over een groot zoetwaterreservoir. Voor de drinkwatervoorziening is dat van belang. Nederland is door het plan één van de meest toonaangevende landen op het gebied van landbouw. De beste landbouwgronden bevinden zich in de IJsselmeerpolders. Denk ook aan de overloop van de bevolking vanuit de randstad naar Flevoland. Voor veel mensen is Flevoland een gegeven en vergeten ze dat nog geen honderd jaar geleden er nog gewoon zee was. In relatief korte tijd is er heel veel gebeurd wat grote invloed heeft gehad - en nog steeds heeft - op Nederland.'

Lees meer in ons dossier 'Stormvloed 1916'.