'Bodemvruchtbaarheid Flevoland in gevaar'

Lelystad - De bodemvruchtbaarheid in Flevoland is in gevaar. Dit blijkt uit een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding (RIDLV).

De Flevolandse bodem staat bekend als een van de meest vruchtbare van Nederland. Toch neemt de kwaliteit van de bodem structureel af. Steeds meer akkerbouwers gaan daarom over tot diepploegen, een drastische en slechts tijdelijke oplossing.

Een belangrijke oorzaak van de achteruitgang is dat betrokkenen in de agrarische keten het belang van die bodem weliswaar erkennen, maar geen gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.

Dit staat in de recent verschenen publicatie ‘Van bodemdilemma’s naar integrale verduurzaming’ van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding (RIDLV), die woensdagg aan gedeputeerde Bert Gijsberts van Flevoland is overhandigd.

Bodemvruchtbaarheid zwaar onder druk

Als een boer zorgvuldig met zijn bodem omgaat, biedt dat de meeste kans op een goede bodemstructuur, stabiele opbrengsten en voldoende waterbergend vermogen. Uit de praktijk blijkt echter dat er steeds meer van de bodem geëist wordt. Zo leidt het liberaliseren van de pacht tot steeds kortere pachtperiodes, met hogere pacht- en grondprijzen. Dat noodzaakt agrarische ondernemers tot het telen van gewassen die financieel het meest aantrekkelijk zijn. De intensivering van dergelijke teelten (zoals peen en bloembollen), de inzet van zware machines en het oogsten in het natte seizoen zijn volgens de RIDLV echter zeer schadelijk voor de bodemstructuur.

Om de bodemkwaliteit te herstellen en zeker te zijn van een hoge productie, nemen boeren regelmatig hun toevlucht tot diepploegen. Tot zo’n 1,5 meter diep keren ze de grond en halen ze lichtere, beter bewerkbare grond naar boven. Zo’n drastische ingreep kan maar één keer uitgevoerd worden en is dus geen garantie voor structurele bodemverbetering. De hoogproductieve bodem van Flevoland is dus in gevaar.

Regie ontbreekt

Hoewel boeren, industrie, handelspartijen, overheden, waterschappen, en burgers allemaal groot belang hebben bij een vruchtbare bodem, ontbreken een gezamenlijke verantwoordelijkheid en regie. De auteurs van het rapport raden aan deze ‘georganiseerde onverantwoordelijkheid’ met spoed om te buigen naar een intensieve samenwerking tussen al deze partijen. Alleen dan ontstaat er “integraal bodembeheer” en kan de bodem ook op lange termijn alle functies blijven vervullen.

Lees hier de complete publicatie.