IJsvogelwanden bij de Gelderse Slenk

ZEEWOLDE – De natuur in de polder is mooi. Onverwacht mooi, vinden vele bezoekers van de polder. Maar het kan mooier. Dat blijkt uit allerlei initiatieven van terreinbeheerders om de strakke lijnen te doorbreken.

De toch al fraaie kustlijn van Zeewolde heeft er, binnendijks, sinds kort een bijzonder gebied bij: de Gelderse slenk. Dit ondiepe water ligt binnendijks en dringt ongeveer een kilometer het land in. Het gebied is bijzonder omdat het niet alleen uit klei bestaat maar er juist veel zand voorkomt, en zelfs veen. Heel, heel vroeger was het gebied ook een moerasbos. De resten daarvan zijn nog te zien. Behalve het zwarte veen zijn er met het blote oog resten te zien van oerbomen. Tijdens de officiële openstelling van het gebied, op een mooie dag in Juni, leidde boswachter Egbert van Wijhe een groep genodigden rond de Slenk. Fred Wouters, directeur van de Vogelbescherming Nederland vraagt voor de grap: ‘Wanneer worden ze gevoerd.‘ Zijn opmerking blijkt niet zover van de waarheid. ‘Die vraag stellen ze echt bij ons op het bezoekerscentrum (de Zeearend) zegt Frank de Roder, de boswachter van de Oostvaardersplassen. ‘Sommige mensen staan zo ver van de natuur af,‘ zegt hij. De Slenk is speciaal aangelegd om moerasvogels een plaats te bieden. Deze vogels behoren tot de meest bedreigde van het land. Een deel van het gebied wordt beheerd, voor het grootste deel mag de natuur haar gang gaan. Bij de oorsprong van de slenk is een bankje neergezet, daarnaast een informatiebord. Er loopt ook een fietspad langs met een speciaal aangelegd bruggetje. De firma van Werven uit Oldebroek, die de slenk heeft uitgegraven, heeft de brug ‘om niet‘ naar de uiteindelijke bestemming gebracht en geplaatst. Geheel volgens de filosofie van Staatsbosbeheer gaan menselijke activiteiten, recreatie, en natuur gelijkop. Naast de slenk loopt de mountainbikeroute. Deze is verhoogd en geaccidenteerd met zand dat vrijkwam bij het uitgraven van de waterpartijen. ‘Werk met werk maken‘ wordt dat genoemd. De mountainbikers zijn er enthousiast over, zegt van Wijhe. Ze worden zelf door een smal deel van het water geleid. Langs de ene kant van de slenk loopt een beheerspad/ruiterroute. In excursieverband is ook de andere kant van de slenk te belopen. Hier is een tweede ijsvogelwand gemaakt. In het water ervoor staat een paal met een dwarsplankje: de zitplaats van een ijsvogelfotograaf. Op enkele plaatsen is een wel te zien: een apart gezicht, water dat niet aflatend uit de zanderige bodem naar boven borrelt. De nieuwe natuur wordt nog verder uitgebreid. De provincie heeft daar nog eens drie ton euro voor over.