Provincie faalt alom inzake Oostvaarderswold

Lelystad – Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland heeft bewust toegewerkt naar een ‘point of no return’ inzake Oostvaarderswold, en daarbij ook alarmsignalen over de financiële risico’s van het plan genegeerd. Men heeft daarbij Provinciale Staten ‘niet meegenomen’ in die strategie, maar die heeft op haar beurt ook te weinig op de noodrem getrapt. Dat is, in het kort, de conclusie van een provinciaal onderzoek naar de besluitvorming rond Oostvaarderswold. Door Kees Bakker

De politieke consequenties van dat onderzoek komen volgende week woensdag aan de orde, tijdens een extra statenvergadering. De commissie, onder aanvoering van Statenlid Michiel Rijsberman (D66), heeft vanochtend haar bevindingen gepresenteerd. De conclusies daarvan waren al uitgelekt via Omroep Flevoland. Oostvaarderswold had een ‘robuuste ecologische verbindingszône’ moeten worden tussen Flevoland en Gelderland, waarbij dieren uit de Oostvaardersplassen tot aan de Veluwe hun toevlucht konden zoeken. Het plan paste in de plannen van het Rijk voor de ontwikkeling van een ‘ecologische hoofdstructuur’, zoals dat in 2006 is vastgelegd. Het ging mis op het moment dat het nieuwe kabinet in 2010, via staatssecretaris Bleker, aangaf te moeten bezuinigen. Het geld voor de ‘robuuste verbindingszône’s’ kwam daarbij te vervallen. Vanaf dat moment heeft Gedeputeerde Staten (de Commissaris der Koningin en de gedeputeerden) te weinig rekening gehouden met de financiële risico’s die bij verdere uitvoering van het plan optraden. Men rekende op een positieve uitkomst van eerst onderhandelingen met het Rijk en later rechtszaken tegen het Rijk, waarbij men Den Haag aan eerder toegezegde geldbedragen wilde houden. Daarbij werd een punt bereikt dat men eigenlijk niet meer terug kon. Daar is bewust naartoe gewerkt, ondanks waarschuwingen van onderzoeksbureau's, en daarbij heeft GS de Provinciale Staten onvoldoende laten weten die strategie te voeren. In die boodschap is de onderzoekscommissie keihard, maar men steekt ook de hand in eigen boezem. Provinciale Staten hebben tijdens het proces wel kritische vragen gesteld en bedenkingen geplaatst, maar daar verder geen gevolg aan gegeven. ‘Men had scherper moeten zijn op de wijze waarop Gedeputeerde Staten zijn omgegaan met de ingebrachte bedenkingen en kritische kanttekeningen’. Men had moeten doorvragen, en onderbouwing moeten vragen van de informatie die men kreeg.