Wethouder Adam Elzakalai schetst dilemma's bij collectief zelf bouwen

Lelystad - Diverse bewoners die gezamenlijk in collectief particulier opdrachtgeverschap (cpo) woningen willen laten bouwen in Lelystad herkennen zich in de kritiek van Bas Jan van Bochove. Die liet vorige week weten dat deze initiatieven soms wel heel erg lang moeten wachten op de gemeente.

Wethouder Adam Elzakalai betreurt dat, maar wijst ook op de dilemma’s waar de gemeente voor komt te staan als het gaat om woningbouw.

Initiatieven

Inwoners die zich verenigen in een zogenaamd cpo melden zich bij de gemeente voor een stuk grond om hun woningbouwproject te realiseren. Zoals Freddy en John van Arnhem. ‘Wij zijn bezig met een project voor 40 tot 50 woningen voor gezinnen, alleenstaanden, ouderen en jongeren, op de grens van water en land. Voor mensen die meer met elkaar te maken willen hebben dan als gewone buren.’ Het plan en het verzoek om een stuk grond te mogen kopen is al twee jaar geleden bij de gemeente gedaan. Sindsdien is het stil. Lelystedeling Aye Kampen heeft dezelfde ervaring. ‘Bij ons gaat het om een project voor 100 wooneenheden: 40 grondgebonden en 60 appartementen, allemaal voor 55+-ers, met gemeenschappelijke voorzieningen als logeerkamers, hobbykamers, een grote gezamenlijke tuin, zaken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. We hebben ons daarmee eind augustus vorig jaar gemeld bij de gemeente.’ Hij zegt snel te kunnen beginnen met bouwen als er grond beschikbaar is, maar daar stokt het.

Gert Koekkoek heeft met een aantal mensen een kleinere droom. ‘Twee groepen van 12 gelijkvloerse seniorenwoningen met een wat grotere oppervlakte, met ruimtes zoals een extra werkkamer en een logeerkamer voor een mantelzorger. Het liefst ergens dichtbij voorzieningen.’ Ook hij wacht op antwoord van de gemeente.

Goed voor doorstroming

In alle drie de gevallen snappen de initiatiefnemers de traagheid van de gemeente niet zo. Ten eerste zijn het volgens hen mooie projecten, ten tweede zijn het projecten voor en door Lelystedelingen. De mensen die er gaan wonen zullen hun huidige woning verkopen en dat is goed voor de doorstroming op de woningmarkt.

Dat laatste erkent wethouder Adam Elzakalai. ‘Die carrousel moet blijven draaien en die stokt nu bij ‘empty nesters’: mensen van wie de kinderen het huis uit zijn en die kleiner of anders willen gaan wonen, maar die woning niet vinden. Terwijl ze wel een woning achterlaten die interessant is voor starters op de woningmarkt. Dus ja, het mes snijdt aan twee kanten.’

Dilemma’s gemeente

Tegelijkertijd staat de gemeente wel voor flinke opgaves in de woningbouw, en die zijn makkelijker te vervullen door projectontwikkelaars die grote projecten bouwen. ‘Dat betekent dat je ook bij elk project en elk stuk grond moet afwegen: wat willen we hier? Het probleem van de cpo’s is dat de realisatie van dergelijke projecten vaak wat langer duurt dan woningbouwprojecten van ontwikkelaars en dat ze ook minder woningen opleveren.’ Een ander probleem is dat de gemeente niet zoveel grond in haar bezit heeft.

Particuliere grond

Hij raadt cpo’s daarom aan ook en misschien wel vooral te kijken naar beschikbare grond die niet van de gemeente is. ‘Dan moet je, als het bestemmingsplan dat niet direct toestaat, nog altijd de medewerking krijgen van de gemeente om dat te wijzigen, maar dat kan wel veel sneller gaan. Zorg dat je een compleet plan hebt waarin ook de koop van die grond is meegenomen, dat maakt het gesprek veel makkelijker.’

Ook denkt hij dat het een politieke keuze is wat waar gebouwd wordt. ‘Lelystad heeft uitgesproken dat men de komende jaren flink wil groeien. Dat betekent dat er toch vaak zal worden gekozen voor projectmatige nieuwbouw die naast kwaliteit ook voorziet in volume. Maar de gemeenteraad heeft onlangs ook ingestemd met nader onderzoek naar 13 locaties in de stad, inbreidingslocaties, die wellicht ontwikkeld kunnen worden voor woningbouw. Als de politiek zou uitspreken dat cpo’s daar een voorname rol in moeten krijgen, wordt dat beleid.’

Lees ook: Bas Jan van Bochove laakt traagheid Lelystad bij plannen burgers voor woningbouw: ‘Veel woorden, maar geen daden’