Dronten Toen 48 | Verhoudingen zijn uitvergroot aanwezig

Aflevering 48 van de rubriek Dronten Toen biedt het tweede deel van het verhaal over het kerkelijke leven in de nieuwe polder.

Tot in detail

De Rijksdienst hield zich, in opdracht van de Nederlandse overheid, tot in detail bezig met het ontwerp van de polders, maar ook met de persoonlijke kenmerken en religie van de solliciterende boeren, middenstanders en medewerkers. De nieuwe bewoners moesten immers de nieuwe samenleving vorm geven.

De Nederlandse maatschappelijke verhoudingen in religie en ideologie moesten in de nieuwe samenleving zichtbaar zijn. In de bachelor-scriptie van Jurgen Sijbrandij wordt vermeld dat de selectie redelijk goed gelukt is, hoewel van het begin af aan de rooms-katholieken een minderheid waren (landelijk 40%, in Oostelijk Flevoland 23,8%). Het veelvormige karakter van de polder is echter sterker dan de verhoudingen suggereren, daar alle belangrijke gezindten dominant bleven.

Verzuiling bleef belangrijk

In de Noordoostpolder bleef de verzuiling belangrijk en aanwezig. De bewoners van het nieuwe land waren overwegend actief in de kerken en scholen, waar hun kinderen heen gingen. Experimenten met oecumenische diensten waren geen onverdeeld succes. In Oostelijk Flevoland begonnen de ontginningswerkzaamheden later dan in de Noordoostpolder, dus waren de veranderingen sneller zichtbaar. Dat uitte zich bijvoorbeeld door de vele verenigingen en stichtingen die werden opgericht voor alle leden en niet specifiek naar de modellen van de verzuiling. Toch was het percentage van tot een kerk behorende inwoners in Oostelijk Flevoland nog vrij hoog. Dat wil zeggen dat in Oostelijk Flevoland geen grote behoefte was aan ontzuiling.

Het liet zich in ieder geval niet zien in een mindere mate van kerkgang; dat was hoger dan gemiddeld. Ook bleek bij de verkiezingen in de zeventiger jaren dat confessionele partijen nog sterk vertegenwoordigd waren. Het waren dus vooral pragmatische argumenten om een algemene vereniging op te richten en minder uit ideologische motieven. Dit komt in meerdere onderzoeken naar boven.

Ontkerkelijking

Wat concludeerde Sijbrandij in zijn bachelor-scriptie? De bewoners van de nieuwe polders moesten een afspiegeling zijn van de Nederlandse kerkelijke verhoudingen. In de Noordoostpolder waren de bewoners nog in hoge mate verzuild. In Oostelijk Flevoland speelde de verzuiling ook nog een grote rol en was de samenwerking vooral gebaseerd op praktische gronden. In de laatste polder, Zuidelijk Flevoland, liet de ontkerkelijking zich het sterkste zien met name door de groei van de stad Almere. Almere was bedoeld als ‘overloopgebied’ voor de bewoners uit de volle Randstad, waar de kerkgang al erg laag was. Zo zou je, vergeleken met de rest van Nederland, de IJsselmeerpolders kunnen zien als gebieden waar de religieuze verhoudingen uitvergroot aanwezig waren.

Geschiedschrijving Dronten

‘Dronten Toen’ staat onder redactie van Geschiedschrijving Dronten en wordt samengesteld aan de hand van eerdere publicaties in de Flevolander, voorloper van de FlevoPost. Voor deze aflevering is geput uit de bachelorscriptie van Jurgen Sijbrandij.

Kees Hermus