Column Kees Bakker | Armpje drukken

Lelystad - Drie jaar geleden, bij de toenmalige discussie over de verplaatsing van het oorlogsmonument van het Stadspark naar het Stadshart, was er iemand die tegen die verplaatsing was en zei bang te zijn dat dit een politieke discussie zou worden. Die angst is gegrond gebleken.

Het is bovendien een discussie die op grond van emoties wordt gevoerd. En dat is kwalijk.

Een duidelijke wens

Het gaat er namelijk niet om of je het Stadspark een mooiere plek vindt voor zo’n monument. Het gaat er niet om of je die plek ‘magisch’ vindt. Waar het wel om gaat, is dat hier een duidelijke wens aan ten grondslag ligt van de organisatie die jaarlijks de Dodenherdenking organiseert en merkt dat de toeloop daar zo groot is en nog steeds groeit, dat de huidige plek in het Stadspark dat niet aan kan. Waar het om gaat is dat mensen die slecht ter been zijn of in een schootmobiel zitten er slecht kunnen komen.

Hulp organiseren is niet voor iedereen eenvoudig

Drie jaar geleden legde Margriet Doorenspleet van het Georganiseerd Overleg Lelystad uit dat het met de Dodenherdenking nog wel lukt, omdat er dan meestal hulp beschikbaar is. Maar mensen die daar op een eigen moment heen willen om een dierbare te herdenken, moeten dan ook hulp organiseren. En dat is niet voor iedereen eenvoudig.

Kwetsend

Hoe kwetsend is het als je dan een raadslid hoort zeggen dat zij denkt dat het allemaal wel meevalt en dat ze bij de Dodenherdenking nog nooit heeft gemerkt dat de locatie of de toegankelijkheid een probleem is? Zit die vertegenwoordiger van de organisatie van mensen met een beperking dan uit haar nek te kletsen? Hoe kwetsend is het dan als datzelfde raadslid oppert dat hier wellicht een ‘verborgen agenda’ achter zit? Dat zei ze zo niet letterlijk, maar met de opmerking over een ‘diepere betekenis achter deze wens’ wekte ze wel die indruk. 

Klapperen met de oren

Ongekend. Waar het hier om gaat is dat het 4 en 5 mei comité drie jaar geleden nog pal tegenover de vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap stond. Waar het om gaat is dat die twee elkaar in de tussentijd gevonden hebben en samen optrekken in de wens voor verhuizing. Deze mensen hebben elkaar wel weten te vinden, maar onze vertegenwoordigers in de gemeenteraad maken er een politieke discussie van en gaan elkaar eens lekker bevechten op emotie. Ik zat vorige week dinsdag echt met mijn oren te klapperen, ik wist niet wat ik hoorde.

Tot inkeer komen

Ik ben benieuwd naar het vervolg. In een tijd waarin ‘participatie’ het toverwoord is, worden participerende inwoners en vertegenwoordigers van organisaties genegeerd en terzijde geschoven. Dat kan en mag niet zo zijn. Ik hoop dat partijen tot inkeer komen. Ga je een andere keer in een ander, minder gevoelig item maar lekker armpje drukken met elkaar of met de wethouder.