Een beetje Oerol op Schokland

Schokland – Het verhaal van de strijd tegen het water van de dappere bewoners van Schokland wordt poëtisch en beeldend verteld in de kunst- en poëzieroute 'Dichter op het Water', die nog tot en met 3 oktober te zien is. Ik laat me een middag onderdompelen.

Zwaluwen scheren over het oude land en op de grens tussen de nieuwe polder en het voormalige eiland zweeft een kiekendief zoekend boven het riet. Een torenvalkje hangt biddend in de lucht. Er struinen hapjes op de grond dat is duidelijk. De torenvalk stort zich niet veel later op zijn buit en vliegt weg met een muisje tussen zijn poten.

23 kunstobjecten

De entourage voor een middag cultuur snuiven is fantastisch. Met de prachtige wolkenluchten erbij een geweldig decor voor een 2,5 kilometer lange wandeling langs 23 kunstobjecten. De meest in het oog springende werken zijn de zes torens van strobalen. Vanaf de parkeerplaats bij Schokland zijn ze al zichtbaar.

Fietsende passanten stappen nieuwsgierig af, maar zonder het begeleidend routeboekje Dichter op het Water, dat nog geen 5 euro kost en bij de kassa van Museum Schokland verkrijgbaar is, missen de kunstwerken de nodige zeggingskracht. Ze zijn geïnspireerd op middeleeuwse versterkte torens van San Gimignano in Toscane. De torens bieden een mogelijkheid om een ongewisse toekomst het hoofd te bieden.

De torens vertellen oude verhalen, maar kijken ook vooruit en daarbij blijft het water centraal staan. De klimaatverandering en zeespiegelstijging maakt het verhaal van de Schokkers universeel. De route begint in de Middelbuurt, bij de levensbron van de vroegere eilandbewoners: de waterkelder, waar het zoete water van de daken werd opgevangen. In de kerk hangt boven het doopvont een ijskegel die smelt. Het smeltwater betekende drinkwater voor de Schokkers, het smeltende ijs is ook symbool van de smeltende ijskappen.

Emmers

De klank van de druppen doordringt in het kerkje. De deelnemer aan de kunstroute wordt gevraagd een druppel van het smeltwater op te vangen in een minuscuul flesje dat meegegeven wordt bij de route. Zo draag je water mee op de kuier langs de objecten. Water was goud waard op Schokland. De arme bewoners die meehielpen de kerk schoon te houden, verdienden een paar emmers water uit de put bij de kerk.

Voor een sfeervol plaatje van een tropisch eiland staan twee strandstoelen. Ze nodigen uit voor een selfie. Het tropische eiland mag dan idylle uitstralen het is een eiland in Papoea Nieuw Guinea dat door het stijgende water onder dreigt te lopen. Het is gefotografeerd door Kadir van Lohuizen voor zijn project Rising Sealevels.

Even verderop is er een videokunstwerk van Pat van Boeckel te zien in een bouwsel van stro. Vissers en hun vrouwen, die Schokland moeten verlaten, staren door een beslagen raam een onzekere wereld tegemoet. Je kunt je er zelf in zien. Welke kant moeten we op. De eerste strotoren heet Hogerop, moeten we het daar zoeken als nieuwe bewoners van Schokland. Bovenop op Hogerop liggen de bootjes klaar.

Bouwen tot in de wolken

Uit de strotoren van Sigrid Hemalink torent een steigerinstallatie met daarop figuren van klei. Kunnen we blijven bouwen tot in de wolken, vraagt de kunstenaar zich af in haar Babel aan Zee. De toren van Karin van der Molen heet Rhizoom en heeft veel pijpwerk dat bekleed is met tapijt, oftewel ‘cultureel mos’. Sonja Rosing gebruikt lepels bij de bekleding van haar toren Over-Leven. De lepels schitteren in de zon als waterdruppels en staan voor alles wat een mens nodig heeft om te overleven.

Leuk weetje is dat de armste Schokkers met de handen aten, omdat ze geen geld hadden om een lepel te kopen. De negende bewoonde wachthuisjes, waar waterstanden gemeten worden, nodigen uit om door de lamellen te kijken wie er wonen en dat zijn personen met bijzonder geboetste aardewerken hoofden. De vissen van Blowin’in the wind verwijzen naar de visserij op het eiland en daarbij klinkt het geluid van de zee en de zeevogels. Een vriendenploeg rijdt er op de solex aan voorbij, maar een familie stapt af voor de beeldende viskunst.

In het Schokkerhuisje zweven zeefiguren door een bevroren ruimte en de waterput bij het huisje is het keerpunt van de kunstroute. Ik mag mijn flesje met doopvontwater legen en een wens uitspreken. Ik wens dat we het droog houden, het klimaat-tij kunnen keren. De houten golf van Niels Albers is een perfecte plek om even uit te rusten en te mijmeren. Als de Afsluitdijk nooit gebouwd was, zou de zee hier dan nog steeds tegen het dijkje gebeukt hebben? Het pad vervolgt door een haag van zwiepende golven naar het laatste kunstwerk, een strotoren, toevluchtsoord voor kleine dieren.

Het is bewonderenswaardig hoe curator Pat van Boeckel dit scala aan kunstenaars bijeengebracht heeft in een thema dat het verhaal van Schokland zo mooi optekent en tegelijk onze toekomst bespiegelt. En dan heb ik de prachtige gedichten nog niet eens genoemd die in Dichter op het Water de route compleet maken. Ik wil er een noemen, en kies voor Wolken omdat deze zaterdagmiddag de luchten zo prachtig zijn:

Wolken

De wolken zijn gewichten - Enorme waterketels. Wie tilt ze om te wegen? ‘t Heelal een waag: Een waag? Wie vult ze, vat de hengels - om water aan te geven? De tuit een hals, een zwaan? Wie voert ze door het blauw? Chr. J. van Geel.

Dichter op het Water, al de derde kunst- en poëzieroute op Schokland, is echt een aanwinst voor de Noordoostpolder. Een beetje Oerol, dat alleen op een eiland kan. Een heerlijk gevoel.

Cees Walinga