Slingerend maaibeheer goed voor insecten

Regio - Op het oog lijkt het of de maaier niet goed heeft opgelet of ‘dronken’ was, maar velden waar dit zogenaamde slingerend maaibeheer wordt toegepast, zien er heel speels uit.

In het kort komt slingerend of sinusmaaibeheer erop neer dat je als beheerder zelf bepaalt waar, wanneer en hoe vaak je maait, als er bij elke maaibeurt maar minimaal ca. 40% van het gewas blijft staan. Voor de biodiversiteit is sinusbeheer een aanwinst; de vlinder- en bijenpopulatie kan uitdijen.

Door elke keer in wisselende patronen (sinussen) te maaien, ontstaat er een maximum aan variatie, van delen die jaarrond of zelfs meerdere jaren blijven staan tot delen die 3-4 keer per seizoen worden gemaaid. Zo staan er op elk moment van het jaar bloeiende planten, waar solitaire bijen en andere insecten nectar en stuifmeel kunnen verzamelen.

Micro-klimaat

Slingerend maaibeheer, zoals Landschapsbeheer Flevoland dat uitvoert, voorziet perfect in de behoeften van solitaire bijen. Door de bochten krijg je overal verschillende micro-klimaatjes: windluwe plekjes, vochtiger of drogere stukjes en koelere of warmere plekken waar iedere soort zijn beste plekje kan vinden, op ieder moment van de dag en het jaar. Andere insectengroepen als vlinders, zweefvliegen en kevers, die voor hun voedselvoorziening ook zijn aangewezen op nectar en stuifmeel, profiteren volop mee van deze eenvoudig uit te voeren wijze van maaibeheer.

Bloeiende planten van voor- tot najaar leveren nectar en stuifmeel. Maar voedsel alleen is niet voldoende. Insecten moeten zich kunnen voortplanten en de winter door kunnen komen. Daarvoor is variatie nodig. Plekken die niet jaarlijks worden gemaaid. De aanwezige dieren kunnen naar de begroeiing oversteken die is blijven staan om daar te schuilen.