Dronten Toen 32 | Ondernemers keken hoopvol naar de toekomst

Dronten - In aflevering 32 van de rubriek Dronten Toen nieuwe stijl verhaalt Kees Hermus over de middenstand in de jonge polder.

Veel enthousiasme

In de Flevolander wordt de eerste helft van de jaren zestig regelmatig verslag gedaan van de komst van de eerste winkeliers in de drie dorpskernen van de gemeente Dronten. Er wordt met veel enthousiasme over de toekomst gesproken, want de ondernemers hadden goede hoop en verwachtingen dat ze in het nieuwe land een goede toekomst tegemoet gingen.

Uit wat latere berichten blijkt echter dat het vooral in de beginjaren toch wel ploeteren was voor de meeste ondernemers. Als bijvoorbeeld in het woningbouw-programma stagnatie optrad, was dat voor deze ondernemers geen goed nieuws. In de editie van januari 1967 van CultuurRijp, het orgaan voor het personeel van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, worden de moeilijkheden beschreven van de beginnende winkeliers en hoe de Rijksdienst daarmee om wenste te gaan.

Assortiment

Het streven van de Rijksdienst was er op gericht om gericht te zoeken naar zaken, waarvan mocht worden verwacht dat ze een assortiment voerden, dat zo goed mogelijk in de behoefte kon voorzien. Maar het aantal inwoners was nog gering, de nering derhalve ook.

Bij het projecteren van de middenstand in de nieuwe woonkernen was het de vraag waar en wanneer er gebouwd moest worden en vooral welke branches het meest nodig waren. De Rijksdienst had ervaring opgedaan in de Noordoostpolder, waar de winkels in het centrum juist op de hoeken van de straat, dus verspreid werden gebouwd. Later werd toch wel duidelijk dat het beter was om de middenstandszaken, gegroepeerd tot één winkelcentrum, te bouwen omdat dat voor de winkelende huisvrouw - tja, we spreken over de jaren zestig - prettiger was om met een enkele wandeling de boodschappenlijst af te kunnen vinken. Bovendien was het ook gezelliger en het bevorderde de sfeer van het winkelen.

Meest noodzakelijke winkels

In het belang van de consument werd er naar gestreefd om de meest noodzakelijke winkels te plaatsen, zodat de eerste bewoners van de dorpskern zich goed konden voorzien van de eerste levensbehoeften. Omdat de Rijksdienst wel begreep dat de ondernemers niet direct een goed inkomen konden verkrijgen, werd de huur gereduceerd, maar met een geleidelijke stijging naarmate het inwonertal toenam.

Voor deze groep ondernemers goldt feitelijk dezelfde regels als voor de pachters van de landbouwbedrijven. Vakbekwaamheid en zakelijk inzicht waren een vereiste en bovendien diende men te beschikken over enig eigen vermogen. Dat laatste was zeker geen overbodige luxe.

Stichting Geschiedschrijving Dronten

'Dronten Toen' staat onder redactie van de Stichting Geschiedschrijving Dronten en wordt samengesteld aan de hand van eerdere publicaties in de Flevolander, voorloper van de FlevoPost.

Kees Hermus