De roep om nulmetingen is groot, maar hebben die wel zin?

Dronten - In een in ieder geval voor ondergetekende nieuw fenomeen, een openbaar webinar, is de gemeente Dronten woensdag nader ingegaan op de problematiek rond nulmetingen als het gaat om windmolens. Inwoners uit Swifterbant, Biddinghuizen en Ketelhaven vragen daarom.

Zij willen graag dat de gemeente nulmetingen uitvoert als het gaat om het geluid, omdat daarmee in hun optiek kan worden gekeken of dat geluid anders is als er in de omgeving van de drie woonkernen windmolens zijn geplaatst. Maar zo eenvoudig is dat niet, zo bleek uit het webinar.

Simpele gedachte

De gedachte in redelijk simpel: meet nu een jaar lang het geluid in een bepaalde omgeving. Zet daarna in die omgeving een windmolen neer en meet weer een jaar lang het geluid. Vergelijk de twee jaren en je kunt zien of er een significant verschil is tussen voor en na.

Een andere gedachte: meet continu het geluid rond windmolens en windmolenparken. Op dat moment kun je ook ingrijpen als er normen worden overschreden.

Nu kun je natuurlijk altijd heel ingewikkeld doen over alle eenvoudige zaken, maar in dit geval is een nuancering op zijn minst wel nodig voor je aan nulmetingen begint. Want met het doen van nulmetingen wek je verwachtingen bij omwonenden: verwachtingen dat er wordt ingegrepen als normen worden overschreden, verwachtingen dat er iets met de resultaten van metingen gedaan wordt.

Nuanceringen

Daarom eerst een aantal nuanceringen die zijn te maken op basis van wat deskundigen woensdag vertelden in het webinar.

Nuancering één

Ten eerste: geluidsbeleving is subjectief. In een gezin kunnen vijf gezinsleden er geen last van hebben, waar een zesde zich mateloos stoort aan een lage bromtoon die steeds te horen is. In een goed functionerend gezin heeft de irritatie van die zesde persoon natuurlijk ook invloed op de vijf anderen, maar lastiger wordt het als de buurman wel steeds klaagt over een lage bromtoon, maar jij die niet hoort, terwijl jouw vijverpomp er de oorzaak van blijkt te zijn. In dit geval, en ook bij windmolens, gaat het trouwens om laagfrequent geluid dat overlast veroorzaakt. Het gaat niet om infrasoon laagfrequent geluid. Het eerste is geluid van tussen de 20 en 100/125 Herz. Dat is geluid dat je daadwerkelijk kunt horen. Infrasoon laagfrequent geluid is geluid dat je niet kunt horen, maar wel kunt voelen. Het kan je bijvoorbeeld een onaangenaam gevoel in de buik geven. Dat is een boeiend onderwerp voor griezelverhalen en spookhuizen, maar niet van toepassing bij windmolens. Die veroorzaken namelijk geen infrasoon laagfrequent geluid.

Overigens een aardig weetje: met het juiste programma op de laptop valt de bron van laagfrequent geluid door iedereen heel makkelijk zelf op te sporen. Daar is zelfs de microfoon op de laptop goed genoeg voor. Dus hoort u wel eens een lage bromtoon in de nacht en meent u dat het de warmtepomp van de buurman is, dan loont een klein onderzoekje voor je gaat klagen, want als het uw eigen vijverpomp is, slaat u toch een modderfiguur.

Iets anders dat goed is om te weten: 12 procent van de bevolking heeft, als dat er in hun omgeving is, daadwerkelijk last van laagfrequent geluid. Dat is wel iets om rekening mee te houden.

Nuancering twee

De hoogte van een windmolen en de afstand waarop die staat, heeft op zich niets te maken met de mogelijke overlast die die veroorzaakt. Natuurlijk: dichterbij een windmolen zul je waarschijnlijk meer geluid horen, maar hogere windmolens maken niet meer geluid of spreiden dat geluid over een verdere afstand uit.

Nuancering drie

Je moet over veel langere periodes meten om verschillen te kunnen zien. De zomer geeft een ander geluid dan de winter. Een zachte winter geeft een ander geluid dan een strenge winter. Als je twee jaren met elkaar vergelijkt, en het ene jaar kende een strenge winter en het andere jaar een hele zachte winter, kan aallen dat al voor verschillen in gemeten geluid zorgen. Omgevingsgeluid is ook van belang bij metingen, en ook dat kan in de loop der jaren veranderen, als er bijvoorbeeld op enige afstand een weg wordt aangelegd of meer bedrijvigheid komt. Of opeens passagiersvliegtuigen komen overvliegen.

Dat laatste is trouwens een subnuancering op nuancering drie: omdat je over langere periodes meet om die met elkaar te vergelijken, vallen de verschillen tussen bepaalde omstandigheden weg. Dat is goed voor de vergelijking, maar slecht voor de specifieke omstandigheden die ook een verschil kunnen veroorzaken: een westerstorm, een hagelbui, een drukke zomerperiode met veel vakantievliegverkeer. Bij geluidsmetingen rond vliegtuigen kun je een geluidspiek direct relateren aan een overvliegen vliegtuig. Bij windmolens kan dat niet, want daar gaat het om constant geluid als de windmolens draaien.    

Nuancering vier

Geluid en geluidsnormering in Nederland is niet gebonden aan de omgeving. Het meest simpele voorbeeld: een bakkerij in de Kalverstraat mag net zoveel geluid veroorzaken als een bakkerij in Oost-Groningen. De Nederlandse wetgeving kent geen verschil tussen een ervaren geluidsverandering in gebieden die voorheen meer stilte gewend waren en gebieden waar men meer aan geluid gewend was.

Overigens wordt er wel rekening gehouden met geluid dat overdag, ’s avonds en ’s nachts wordt gemeten. ’s Nachts is het tenslotte in de meeste gebieden in Nederland stiller dan overdag. Daarvoor geldt dus een lagere norm in wat mag en toegestaan is.

Nuancering vijf

Er is ook nog een nuancering die van belang is voor de verwachting die gewekt wordt bij omwonenden als het gaat om nulmetingen: de gemeente heeft geen machtsmiddelen de normen vast te stellen waar windparken aan moeten voldoen. Dat is aan de landelijke overheid. De gemeente heeft wel machstmiddelen om in te grijpen als die normen worden overschreden. De kaders daarvoor moeten nog worden uitgewerkt. Maar omwonenden die willen dat met de nulmeting de normering, of de meet- en rekenmethode die gebruikt wordt voor die normering, ter discussie wordt gesteld om zo te gemeente bewegen tot actie, worden per definitie teleurgesteld.

Het goede nieuws

Als je al die nuanceringen op je in laat werken, zou je kunnen concluderen dat nulmetingen niet zinvol zijn: ze hebben weinig waarde, tonen weinig tot niets aan en zijn geen handhavingsinstrument. Nulmetingen zijn dan vooral een optisch of politiek instrument, om omwonenden tevreden te stellen met gebakken lucht, zou een hele crue redenering kunnen zijn.

Toch viel er woensdag ook iets anders te horen. Metingen tijdens het draaien van de windmolen hebben namelijk wel waarde. Zoals gezegd: de normen staan omschreven in  de vergunning, en de eigenaren van windmolenparken moeten zorgen dat ze daar aan voldoen. Dan kun je eenvoudig, het liefst op een dag zoals Crowded House bezingt in ‘Four seasons in one day’, het geluidseffect van windmolens meten, door op die dag het geluid te meten als de windmolen in bedrijf is en als de windmolen even een half uurtje wordt stilgelegd. Als je dat een paar keer doet, één keer bij harde wind uit een bepaalde richting, de andere keer bij een wat rustiger weerbeeld, levert dat betrouwbaardere vergelijkingen op.

Weten wat je meet

Alle informatie die woensdag werd gegeven wordt nu door de politiek meegenomen in de discussie of Dronten wel of geen nulmetingen gaat doen, met het doel om daarna continue te meten om de verschillen te kunnen zien tussen ‘voor’ en ‘na’.  De roep erom onder omwonenden van de woongebieden die het dichtstbij een beoogde windmolen liggen in Swifterbant, Ketelhaven en Biddinghuizen daarom is groot. Het simpele motto daarbij is ‘Meten is weten’, de nuancering is ‘weten wat je meet’. Dat laatste is nu gedaan. Het woord is nu aan de politiek.