Vrijheid en herdenken (3): 'Ruimte om je te bewegen'

Swifterbant - Rie Koopmans (93) uit Swifterbant heeft veel herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. ‘De vrijdagmorgen dat het begon bijvoorbeeld. We woonden in Amsterdam. Mijn moeder was ziek, mijn vader vervulde zijn diensttijd’.

Geweerschoten

‘’s Ochtends hoorden we knallen en zei mijn moeder ‘Ga eens kijken wie er op dit gekke tijdstip zijn kleed aan het uitkloppen is…’, maar het waren geweerschoten. Wij konden dat geluid niet thuis brengen.’

Joods klasgenootje

‘Ik was 11, bijna 12 jaar en ging naar de HBS. We woonden in Amsterdam. Ik had een Joods klasgenootje, dat al vrij snel niet meer op school kwam. We dachten dat ze misschien verhuisd was, we stonden er niet bij stil wat er aan de hand was. Dat hebben we later pas gehoord. Gedurende de oorlog werd het leven zwaarder. Ik groeide uit mijn kleren, maar er was geen geld voor nieuwe kleren. Ik had ook geen ouder zusje in wiens kleren ik kon groeien. Er was minder te eten. Echte honger hebben we nooit gehad: mijn vader was vindingrijk. Hij had een grote tuin buiten de stad, waar hij eten verbouwde. Maar ik zag het wel om ons heen, de honger en de armoe.. De vrijheidsbeperkingen werden ook steeds erger. Er waren tijden waarop je niet naar buiten mocht. We kregen niemand op bezoek, en ik ging zelf ook nooit mee naar huis met klasgenootjes. Er was altijd angst. Mensen vertrouwden elkaar niet.’

Ruimte om je te bewegen

Vrijheid is voor Rie dan ook ruimte om je te bewegen, ruimte om een eigen mening te hebben en die te uiten. ‘Het gevoel van vrijheid is rekbaar. Ik heb nu twee vaccinaties gehad en voel me daardoor daadwerkelijk een stuk vrijer. Ik durf nu weer rustig naar de winkel, voel me minder beperkt in mijn bewegingsvrijheid. Tegelijkertijd heb je nog wel zorgen om anderen. Ik heb mijn dochter al bijna een jaar niet gezien, We durven het niet aan.’

Praten met Jan en alleman

‘Toch voel ik me niet onvrij. Ik ben heel blij dat ik in Swifterbant woon. Ik praat hier met Jan en alleman. Als ik mijn deur open doe en in mijn tuintje zit, heb ik genoeg aanspraak. Als ik boodschapjes doe ook. De vrijheid die ik nu moet missen, is niet te vergelijken met de vrijheid die ik moest missen toen ik jong was. Jonge mensen beseffen dat niet, maar dat kunnen ze ook niet. Als je het niet hebt meegemaakt, weet je niet hoe het is. Ik heb dan ook wel te doen met de jonge generatie, die nu zoveel van hun vanzelfsprekende vrijheden moeten missen. Ik snap dat ze het daar moeilijk mee hebben. En dat ze er dan af en toe eens tegen in opstand komen of iets doen wat niet mag… laat ze. Iedereen maakt wel eens fouten.’