Vrijheid en herdenken (1): Marianne Groeneweg voelt zich een bevoorrecht mens

Biddinghuizen - Marianne Groeneweg (80) uit Biddinghuizen heeft de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt. 'Maar ik heb er eerlijk gezegd weinig van gemerkt. We woonden op een boerderij in de Wieringermeer. Daar hadden we ruimte en vrijheid. Er was genoeg te eten. We hadden onderduikers'.

Dijk opgeblazen

‘In 1944 kwam er familie uit Zeeland bij ons wonen omdat zij daar vanwege overstromingen weg moesten, maar dat was allemaal volkomen vanzelfsprekend. Drie weken voor de bevrijding, op 17 april, moesten we zelf weg, omdat de Duitsers een dijk opbliezen en de Wieringermeer onder water kwam te staan. We werden opgevangen door een oudtante en konden daarna terecht in een villa in Schoorl, in het huis van een apotheker die ‘m zelf niet nodig had op dat moment, omdat hij in Amsterdam aan het werk was en daar ook een huis had en woonde. Ook dat was vanzelfsprekend. Bijzonder toch, die solidariteit? Toen we later terug konden naar de Wieringermeer, kwam onze familie uit Zeeland in 1953 weer bij ons wonen, vanwege de overstroming toen. Die veel ernstiger was dan die in de oorlog.’

Respect voor elkaar

‘Vrijheid betekent voor mij dat we in een vrij land leven, waar we vrijheid van godsdienst en meningsuiting hebben. Waar je met respect voor elkaar met elkaar omgaat en normen en waarden hebt. Die moet je ook vasthouden.’

Beperkend

De huidige tijd, met de coronamaatregelen, ervaart Marianne als beperkend. ‘Zeker. Ik mis de leeskring en de gespreksbijeenkomsten van de werkgroep ‘Rouw en verdriet’ van de plaatselijke kerk, waar ik aan mee doe, omdat mijn man vier jaar geleden overleden is. We hebben nu contact met elkaar via de computer, maar dat is toch anders en niet zo fijn als het persoonlijke contact. We zijn nu ‘onvrij’: veel dingen kunnen niet, dingen die anders zo gewoon zijn. Het is niet alleen de beperking in je bewegingsvrijheid. Het is ook de angst die je om andere mensen hebt. Je bent voorzichtig, niet alleen om jezelf, maar ook om anderen. Toch is dat een andere vorm van onvrijheid dan die van de oorlog. We hebben moderne communicatiemiddelen. En ik ben blij dat ik in Biddinghuizen woon. Hier kijken mensen nog naar elkaar om. Wij zijn hier in 1969 komen wonen. Ik heb een groot netwerk. En dat geeft me een veilig en geborgen gevoel, waardoor ik me ook niet onvrij voel. Ik voel me daardoor een bevoorrecht mens!’