Communicatieadviseur Dick Nauta neemt na ruim 40 jaar afscheid van de gemeente Lelystad: 'Ik zat dicht bij het vuur'

Lelystad - Dick Nauta streek op 1 juli 1980 in het toenmalige stadskantoor neer als nieuwbakken voorlichter/redacteur. Hij verruilde Workum voor het nieuwe land: Lelystad bestond pas 13 jaar. De eerste inwoners kwamen in 1967.

‘Ik ben Fries van geboorte, maar inmiddels ben ik ook heel trots op wat we in Lelystad hebben bereikt. Ik zat dicht bij het vuur en dat vond ik heel interessant’.

Communicatieadviseur Dick Nauta pakt de lift naar de vierde etage van het stadhuis. De verdieping is leeg. Er is niemand te bekennen. Hij loopt naar de koffieautomaat. ‘Zou die het nog doen? Ik weet het niet. Ben hier zolang niet geweest’, mompelt hij. Warempel: het zwarte goud stroomt in het kartonnen bekertje. Hij blikt voor de FlevoPost terug op die lange tijd dat hij bij de gemeente werkte. ‘Het was nooit saai.’

‘Kijk, hier zit de communicatieafdeling’, wijst Dick aan. De ruimte is leeg. Achter zijn bureau staat een stapeltje met spullen. ‘Ja, dat moet ik nog eens uitzoeken’, glimlacht hij. Dick werpt er een vluchtige blik op en loopt dan verder. Net als zijn collega’s was hij het afgelopen jaar door de coronacrisis nauwelijks op zijn werkplek. ‘Ik mis die dagelijkse hectiek wel. Het ergens samen voor gaan.’

Hardlopen en voetbal

Dick is op 7 juni precies 66 jaar en 4 maanden en dan mag hij eruit, zoals dat zo mooi heet. Dan begint zijn pensioen echt. ‘Dan heb ik net even iets meer tijd om te sporten. Ik coach nog een voetbalteam bij Unicum en hardlopen doe ik ook graag. We hebben in het Overijsselse Hout een heel mooi parcours van 5 kilometer liggen’, vertelt hij. Daar vond in 2011 voor het eerst het Nederlands kampioenschap veldloop voor ambtenaren plaats. Daar deden 4.500 ambtenaren uit heel Nederland aan mee. Trots: ‘Het NK is een jaarlijks fenomeen, al is het nu al voor de tweede keer niet doorgegaan door corona. Het is erg populair bij gemeenten.’

Als jonge voorlichter/redacteur begon hij op het stadskantoor in ’t Lelycentre. Lelystad was toen precies een halfjaar officieel een gemeente. Het stadhuis was pas klaar in 1984. ‘Mooi om te zien dat het gebouw nu functioneert zoals het is bedoeld: als kantoortuin.’ Ambtenaren hebben geen vast kantoor meer, maar een flexplek. Door de pandemie werken ze nu zoveel mogelijk thuis en wordt er online vergaderd.

Waakhond

Dat past ook wel bij de veranderingen in zijn vak (van offline naar online), vindt hij. ‘Toen ik begon, waren we natuurlijk erg gefocust op drukwerk.’ Hij graait in de boodschappentas die naast hem op de bank staat, en haalt er een donkerblauwe dikke map uit. ‘Kijk’, zegt hij als hij de map openklapt. ‘Vroeger hadden we het Stadsbulletin. Dat had toen bijna geen enkele gemeente.’ Er klinkt gepaste trots door in zijn stem. ‘Wij waren als gemeente in die jaren voorloper op communicatiegebied met een eigen voorlichtingsblad, een gemeentelijk informatiecentrum en de aanwezigheid van het hoofd voorlichting bij collegevergaderingen. In die jaren waarin het communicatievak werd uitgevonden, was de voorlichter in de ogen van bevlogen voorlieden ook waakhond van de democratie, de haarlemmerolie tussen bestuur en burger. Die missie heb ik wel meegekregen en in mijn DNA opgeslagen.’

Knipselkrant

Dick bladert door de oude berichten over de politie, brandweer, de zorg, ongediertebestrijding, het uitleggen van de meerjarenbegroting heen. Een keur van grote en kleine onderwerpen passeert de revue.

Hij is even terug in de tijd. ‘De gemeente ging over vrijwel alles en we wilden onze inwoners, die in een nieuw stad kwamen wonen, zoveel mogelijk informeren over alle voorzieningen gemeentelijk beleid. Het was heel erg zenden: het ophalen van informatie van inwoners speelde toen minder.’ Dat kwam later pas.

Hij hielp ook mee met het in elkaar zetten van de knipselkranten voor het college van burgemeester en wethouders. ‘Die wilde natuurlijk weten wat er speelde, dus spitten we in de ochtend een stapel kranten door, knipten de relevante stukken eruit en die werden dan in de map geplakt en gekopieerd. Hadden we toen eigenlijk al een kopieermachine? Ja, volgens mij wel.’

Met zijn vijven een computer delen

Hij lacht. ‘Ik weet nog dat we de eerste computer kregen, volgens mij in 1989, en die moesten we dan met zijn vijven delen!’

‘Het vak voorlichting heet inmiddels - terecht - communicatie: het gaat om zenden én ontvangen. Goed communiceren is ook vooral luisteren. Die verbindende rol als bijdrage aan het sterker maken van de samenleving heb ik altijd erg belangrijk gevonden. Dat is de belangrijkste drijfveer in mijn werk geweest. En dan helpt het als je zelf ook inwoner bent, deel uitmaakt van lokale netwerken of die zelf op- en uitbouwt.’

Zijn sterke bemoeienis door de jaren heen met wonen, is volgens hem een goed voorbeeld. Toen hij in Lelystad kwam wonen, was het motto “Bouwen, bouwen, bouwen”. De stad groeide met 3.000 tot 4.000 inwoners per jaar en daarna kwam de dip. De groei stagneerde. Met alle gevolgen van dien, waaronder een slecht imago.

Dick: Met de vaststelling van het masterplan Versnelde Groei is de groei naar 80.000 inwoners ingezet, een doelstelling die recent is waargemaakt. Ik heb daaraan mogen bijdragen, door samen te werken met onder andere ontwikkelaars, makelaars, Citymarketing Lelystad, stedenbouwkundigen, en programmamanagers.’

Niks horen

Dankzij de ruimte die hij van het college kreeg, kwam er een wooninformatiecentrum, een woonsite, digitale nieuwsbrieven, wooncampagne en zichtbaarheid in de Metropoolregio Amsterdam.

Van het slechte imago dat de stad nog steeds zou hebben wil Dick niks horen. ‘Het wordt tijd dat we ons in een marketingplan niet eerst in een underdogpositie manoeuvreren. Dus niet redeneren vanuit het slechte imago dat opgevijzeld moet worden, maar uitgaan van de inmiddels bewezen kracht en pluspunten van deze stad. De basis daarvoor is gelegd met een positionering als ‘hoofdstad van de nieuwe natuur’. Met wooncampagnes hebben we dat beeld met kracht naar buiten uitgedragen. Ik hoop dat dit – na mijn vertrek – een goede voortzetting krijgt. Het is vast geen toeval dat met mijn vertrek het motto ‘bouwen, bouwen, bouwen’ een nieuwe dimensie krijgt. Aan ambitie heeft het de stad nooit ontbroken. Het werk – en dus ook de verbindende en betekenis gevende rol van communicatie – is nooit af.’

Generalist

‘In de begintijd waren de communicatiemiddelen natuurlijk beperkt en vooral op papier. Dat is nu wel anders! Binnen de communicatieafdeling zijn er inmiddels bepaalde specialismes en dat is goed, maar ik was een generalist en dat ben ik ook gebleven. Dat past het beste bij me: van a tot z bij een proces betrokken zijn. Dat vind ik nu eenmaal het leukste. Lachend: ‘Met mij vertrekt de laatste der Mohikanen.’