Demonstratie voor vrijlating van Koerd bij Penitentieaire Inrichting in Lelystad

Lelystad - Twee mannen demonstreerden woensdagmiddag bij de Penitentiaire Inrichting in Lelystad voor de vrijlating van de Koerdische activist Hüseyin Baybaşin. Volgens de demonstranten zit de Koerd onterecht in de gevangenis.

De demonstranten hielden een bord bij zich met een afbeelding van Baybaşin en de tekst 'Laat Baybasin vrij'. De 64-jarige Koerd zit al sinds 30 juli 2002 een levenslange straf uit in Nederland voor moord, gijzeling en drugshandel. Hij is overgeplaatst naar de Penitentiaire Inrichting in Lelystad.

Volgens justitie is Baybaşin een crimineel die aan het hoofd stond van een criminele organisatie die zich vooral bezighield met drugssmokkel, maar ook niet op zag tegen afpersing en moord. Baybaşin zelf stelt dat hij een respectabel zakenman is.

Vast staat dat Baybaşin in zijn jeugd werd opgeleid in dienst van de Turkse staat en werkzaam was als politiek-economisch functionaris binnen de Turkse overheid. Baybaşin stelt dat hij in deze functie kennis heeft genomen van illegale activiteiten van hoge Turkse overheidsfunctionarissen zoals de handel in drugs. Volgens de Turkse overheid stapte Baybaşin eind jaren zeventig van sigarettensmokkel over op het smokkelen van drugs.

[De tekst gaat verder na de foto]

Baybaşin werd in 1984 in Londen gearresteerd en veroordeeld tot 12 jaar cel wegens drugssmokkel, na drie jaar werd hij uitgeleverd aan Turkije waar hij direct werd vrijgelaten. Eenmaal weer vrij man in Turkije weigerde Baybaşin naar eigen zeggen om verdere geheime activiteiten voor de Turkse staat te verrichten.

Baybaşin werd zich bewust van zijn Koerdische achtergrond en ging zich inzetten voor de Koerdische zaak. Dit is in Turkije een verboden activiteit en Baybaşin werd het slachtoffer van willekeurige strafvervolgingen en marteling. Begin jaren negentig ontvluchtte hij Turkije en tot aan zijn arrestatie in 1998 zette Baybaşin zich in binnen de Koerdische beweging, de PKK. Zo ondersteunde hij de PKK financieel en was hij een van de oprichters van het in Brussel gevestigde Koerdische parlement in ballingschap.

Steeds meer mensen raken overtuigd van zijn onschuld. De rechters zouden zijn voorgelogen en er zou zijn geknoeid met het bewijsmateriaal.