Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Holwortel

Komt er een blinde man bij de bakker en vraagt aan de dame achter de toonbank: "Mag ik tien maanzaadbolletjes?” Tevreden met een papieren zak vol bolletjes loopt de man de bakkerij uit. De volgende dag komt hij weer, wederom met dezelfde bestelling.

Op de derde dag vraagt de dame terloops: “Je bestelt elke keer tien maanzaadbolletjes, vind je die zo lekker?”. “Niet per se,” antwoordt de blinde man, “maar de verhaaltjes op de bovenkant vind ik zo leuk.”

Dat maanzaad op die bolletjes is natuurlijk niet afkomstig van onze maan, het is het zaad van de bolpapaver. Deze plant komt in ons land van nature niet voor, maar wordt op commerciële basis op enkele akkers verbouwd. Tevens komen siervarianten van de bolpapaver in menig tuin voor. In de natuur komen wel verwanten van deze plant voor. Denk hierbij vooral aan de klaproos, die op bijna elk braakliggend terrein wel te vinden is.

Vroege bloeier

Een veel minder bekend familielid van de bolpapaver is de holwortel. Daarvoor hoef ik vanuit Koekange geen lange of ingewikkelde reis te ondernemen. Deze plant groeit uitbundig op het landgoed Dickninge, even buiten de Wijk. Op dat landgoed groeit het als een stinsenplant, dat wil zeggen dat hij daar door de toenmalige bewoners is aangeplant. Net over de grens komt hij wel van nature voor, zoals in het Teutoburgerwoud. Het oorspronkelijk areaal van de holwortel is het midden, oosten en zuiden van Europa, vooral in de wat meer bergachtige gebieden. De soort groeit daar van nature in loofbossen aan de voet van hellingen en in de hogere delen van beekdalen en de dalen van rivieren. Wil je hem echter op Dickninge gaan bekijken, wees er dan snel bij. Het is een vroege bloeier, die in de zomer nagenoeg is verdwenen.

De naam ontleent deze plant logischerwijs aan zijn holle wortel. Ondergronds heeft hij een soort knol. Deze heeft de omvang van een flinke walnoot, in sommige gevallen zelfs nog wat groter. Van binnen is deze dus hol, voornamelijk in het onderste gedeelte van de knol. Aan deze knol zit het wortelstelsel, dat uit een groep wortels bestaat, waarvan de aanzetten over vrijwel het hele oppervlak van de knol verspreid zitten.

Verder heeft hij blauwgroene bladeren, die als een rozet rond de bloemstengels staan. Hierop komen meerdere bladeren voor en bovenin bloeien de paarsrode of witte bloemen. De bloembladeren zijn deels vergroeid en vormen een soort buisje, waardoor de nectar redelijk diep verborgen verstopt zit. De algemeen voorkomende tuinhommel heeft een relatief lange tong van ongeveer twee centimeter en kan het zoete goedje daarmee tot zich nemen. Tegelijkertijd zorgt hij voor de bestuiving van de bloem. Een andere kandidaat is de akkerhommel. Maar er zijn andere hommels die nog wel eens een gaatje aan de zijkant willen bijten om zo bij de nectar te komen. Handig voor deze hommels, helaas niet voor de holwortel.

paul@paulmentink.nl