Straatnamen bedenken is een vak apart

Lelystad - Als het om straatnamen gaat, is Lelystad best bijzonder. De 'bloemkoolwijken' uit de jaren ’70, met een netwerk aan kronkelende straatjes die samen één geheel vormen, zijn daar een goed voorbeeld van.

Bloemkoolroosjes

Bloemkoolwijken zijn woonwijken die sinds 1970 in Nederland werden gebouwd. De wijken hebben een bloemkoolstructuur, waarbij het doorgaande verkeer over een ringweg of een beperkt aantal hoofdwegen wordt geleid. De woonerven zijn als het ware als bloemkoolroosjes op de hoofdwegen ‘geplant’. Een woonerf heeft maar één rondlopende of doodlopende toegang, waardoor de erven autoluw zijn. Voorbeelden van de zogenaamde bloemkoolwijken in Lelystad zijn de Botter, Kamp en Karveel. De wijk heeft een naam, de straten hebben een straatnummer, en de woningen een huisnummer. Het resultaat? Bijvoorbeeld Botter 12-28. Voor een echte Lelystedeling heel normaal, maar voor mensen van buiten de stad soms best verwarrend.

‘Dat doen we ook niet meer’, vertelt Henk Bosma, secretaris van de straatnamencommissie van de gemeente Lelystad. ‘Je komt het in de rest van het land maar weinig tegen. Bovendien kunnen sommige informatiesystemen er niet goed mee overweg.’ Toen meer dan 700 woningen in de wijk Schouw-Oost werden gesloopt vanwege asbest, kwam daarvoor HanzePark in de plaats. ‘Waar in Schouw-oost de straten nog nummers hadden, hebben alle straten in HanzePark een naam, vernoemd naar Hanzesteden. De wijkstructuur met meer rechttoe-rechtaan straten leent zich daar ook goed voor; de nummerlogica van de bloemkoolwijken is daar niet van toepassing.’

In De Wolken

Andere bijzondere straatnamen in Lelystad zijn bijvoorbeeld In De Wolken en Oeverzegge. De naam In De Wolken is afkomstig van het door RTL 4 uitgezonden tv-programma ‘Wonen In de Wolken’. Het programma bracht het welstandsvrij bouwen en wonen in Lelystad onder de aandacht. De straat waar gebouwd werd, kreeg een naam die verwijst naar het programma.

De Oeverzegge in de Warande is een mooi voorbeeld van hoe gebruikers van een straat soms inspraak krijgen. De bewoners van acht bijzondere drijvende woningen wilden graag zelf de naam van hun straat bepalen. ‘Ze konden meedenken binnen het thema van de straten in de buurt. Het werd Oeverzegge. Dat is een plantje dat groeit aan de waterrand. Heel toepasselijk.’

CNOR

Een speciale commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders over de namen van straten, pleinen en wijken, maar ook van bijvoorbeeld bruggen, water- en onderdoorgangen in Lelystad. Die commissie heet de CNOR, oftewel Commissie Naamgeving Openbare Ruimte. Voordat Lelystad in 1980 een gemeente werd, was naamgeving een taak van de landdrost of het ministerie van verkeer en waterstaat.

De CNOR bestaat uit ongeveer zeven mensen, elk met een bepaalde achtergrond. De stedenbouw, hulpdiensten, Post NL, politiek, onderwijs, communicatie, het taalkundige aspect: alle disciplines met een belang en deskundigheid bij de naamgeving van straten en andere zaken in de openbare ruimte zijn vertegenwoordigd of op zijn minst betrokken. ‘Sommige mensen doen er wat lacherig over, maar wij nemen onze taak erg serieus’, vertelt Dick Nauta, namens communicatie aangesloten bij de commissie. ‘Namen zijn best belangrijk voor de stad en voor de mensen die er wonen. Gelukkig wordt er ook wel gelachen hoor, tijdens de commissievergaderingen.’

‘Een straatnaam moet decennialang mee’, zegt Henk instemmend. ‘En hij moet bij heel veel verschillende mensen goed vallen. Het bedenken van een straatnaam is een creatief proces. De discussie gaat eerst van links naar rechts, daarna kanaliseert het en uiteindelijk worden we het eens.’

Thema

Voor compleet nieuwe wijken, zoals De Landerijen en Landstrekenwijk, wordt eerst een thema vastgesteld. Soms krijgen buurten binnen een wijk ook weer een naam. De straatnamen moeten dan binnen die thema’s passen. De straten in de Landstrekenwijk heten bijvoorbeeld Twente, Gaasterland en Veluwezoom.

Wanneer er een adres moet worden toegevoegd, vanwege nieuwbouw in de bestaande stad, gaat het anders. Bijvoorbeeld voor onderwijscampus Porteum, de nieuwe school voor voortgezet onderwijs. De ontsluitingsweg waaraan Porteum komt te liggen is ‘De Campus’ genoemd. Dick: ‘Die straatnaam sluit aan bij de bestemming – een onderwijscomplex in een parkachtige setting - en het is een al ingesleten benaming.’

Een straatnaam veranderen, dat doet de commissie bij voorkeur niet. ‘Het zorgt voor een hoop gedoe. Alle mensen die aan die straat wonen, moeten al hun familie, vrienden, kennissen en alle instanties en bedrijven op de hoogte stellen’, zegt Henk. Maar wat nu als een straat echt een lelijke naam heeft? ‘Lelijk is subjectief en niet zo relevant’, vindt Dick. ‘Neem bijvoorbeeld het PTT-straatje, op het werkeiland. Dat is misschien niet de mooiste straatnaam. Maar het was toen heel praktisch en vertelt nu iets over de historie van die plek. En daar gaat het om.’

Straatnamenboekje

Op bit.ly/straatnamenlelystad vind je een boekje (pdf) met alle straatnamen in Lelystad, met een toelichting erbij. Bijvoorbeeld: Badweg. 'Toegangsweg vanaf de Houtribdreef naar het voormalige openluchtzwembad De Houtrib. Nu naar zwembad De Koploper en loopt door tot aan de Parkdreef. Vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad, 9-12-1982. Het boekje is bijgewerkt tot en met 2011.

Voorschriften

Een goede straatnaam moet aan een aantal voorschriften voldoen. Leidraad zijn de voorschriften van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Een paar voorbeelden:

  • Maximaal 24 karakters: het moet immers op het bordje passen
  • Eenduidig: iedereen moet de naam kunnen snappen én uitspreken
  • Geen namen van bedrijven
  • Geen namen van nog levende personen – met uitzondering van het koningshuis
  • Geen aanstootgevende namen