Column Gerrit Wijnne | Een telefoongesprek

'Ha Aat, Jean Paul hier. Hoe gaat het?'

‘Hoe gaat het?!? Het is half twaalf ‘s avonds. Dit kan maar beter dringend zijn.’

‘Dat is het Aat, dat is het. No worries.’

‘Oké Jean Paul, wat is er aan de hand?’

‘Spreek je Hugo nog wel eens?’

‘Sorry?!?’

‘Spreek je Hugo...’

‘Ik heb je verstaan Jean Paul. Je belt me om half twaalf ‘s avonds om te vragen of ik Hugo nog wel eens spreek? Dat is niet bepaald dringend.’

‘Jawel. Dat is het wel. Jij moet met Hugo iets regelen zodat we als Dronten het landelijke nieuws halen. We moeten als gemeente op de landelijke coronakaart komen. Ik bedoel, zo’n gemeente Lansingerland heeft maar mooi de voorpagina’s gehaald. Dat wil ik ook.’

‘...’

‘Ben je er nog, Aat?’

‘Ja, ik ben er nog. Ik denk na. Dus ik moet met Hugo regelen dat Dronten het landelijke coronanieuws haalt? Hoe zie je dat voor je?’

‘Weet ik veel. Iets met coronatests? We hebben hier een mooie teststraat liggen. Gloednieuw, nog maar net in gebruik. En al dat gedoe met die anderhalve meter. Dronten geeft je de ruimte, onze slogan. Die is nog nooit zo urgent geweest als nu, Aat. Dronten is gemaakt om het coronavirus er onder te krijgen. We moeten hier op grote schaal gaan testen. Dat we een soort pilotgemeente worden. Als we dat gaan doen halen we gegarandeerd het landelijke nieuws.’

‘Maar Jean Paul, volgens mij zijn de besmettingscijfers in Dronten niet hoog. Niet hoger dan gemiddeld in elk geval. Waarom zou Hugo hier op grote schaal gaan testen? Ik kan me voorstellen dat hij dat doet in gemeentes waar het aantal besmettingen veel hoger is dan gemiddeld. Maar hier is er geen enkele aanleiding om op grote schaal te testen.’

‘Dat kan zijn, maar jij bent zijn oom. Naar jou luistert-ie wel.’

‘Maar welke argumenten moet ik gebruiken? Hoe moet ik Hugo overhalen?’

'Pfff, ehm, zeg hem dat we een gemiddelde gemeente zijn of zo. Of nee, zeg dat-ie eerst moet zeggen dat er in Dronten bovengemiddeld veel besmettingen zijn. Dan moet-ie daar later z’n excuses voor aanbieden. Worden we twee keer genoemd. En als Hugo z’n excuses aanbiedt, laat hem dat dan met een beetje pathos doen. Dat hij zegt dat hij Dronten groot onrecht heeft aangedaan en aan alle inwoners van onze gemeente z’n excuses aanbiedt omdat-ie anders voor eeuwig ruzie heeft met ons.’

‘Ik zal kijken wat ik kan doen. Verder nog iets?’

‘Nee, dit is het. Of wacht, als Hugo ook nog kan zeggen dat Dronten een prachtige gemeente is. Dat zou de kers op de taart zijn.’