Dronten Toen (9) | Geen teken van menselijke bewoning

In aflevering 9 van de rubriek 'Dronten Toen' nieuwe stijl schrijft Kees Hermus van de Stichting Geschiedschrijving Dronten over de archeologische vondsten die werden gedaan bij de drooglegging van Oostelijk Flevoland.

Verloren gaan

In een editie van De Flevolander uit 1963 wordt uitgebreid aandacht besteed aan de archeologische vondsten, die in het pas drooggevallen Oostelijk Flevoland opdoken. Door de ervaringen in de Wieringermeer en de Noordoostpolder heeft men bij de dijkenbouw en met name bij het zand zuigen, al ruim aandacht gehad voor de archeologie. Hiermee voorkwam men dat kostbare archeologische voorwerpen verloren zouden gaan.

Stobbenbos

Zo trof men ten noordwesten van Elburg een stobbenbos van 10 hectare aan, dat uit tweeërlei boomsoorten bestond: naaldhout omringd met loofhout. Dit bostype is al heel lang uit onze landstreken verdwenen en uit stuifmeelonderzoek is gebleken dat het bos dateerde uit de Middensteentijd ofwel het ‘mesolithicum’ (10500-5300 voor Christus).

Een van de buitenwegen, de Stobbenweg, is er ook naar genoemd. De boeren die dit land pachtten, kregen er mee te maken bij het klaarleggen van het land bij de zaai- en pootwerkzaamheden. Ze werden dringend geadviseerd om voorzieningen te treffen aan de tractor, om bij het sleep-eggen ernstige ongelukken te voorkomen, veroorzaakt door het achteroverslaan van de tractor.

Beenderen aangetroffen

Voorts zijn er beenderen aangetroffen van de mammoet, neushoorn, bizon, reuzenhert, rendier, paard en wilde runderen, die deel uitmaakten van deze fauna. Bijzonder is het dat de beenderen in concentraties zijn aangetroffen.

Men vermoedt dat veel dieren samendromden bij een stroombedding en omkwamen door een catastrofe. Tekenen dat er ook menselijke bewoning uit de Middensteentijd is geweest, zijn er niet.

Water gebleven

Of aan het begin van onze jaartelling veel bewoning was in het gebied van het huidige Oostelijk Flevoland moet eveneens worden betwijfeld, zo stelt de krant. De Romeinse geschiedschrijvers noemden het al het ‘Flevomeer’ en dat wat water was, is feitelijk in de periode daarna water gebleven. In de Noordoostpolder zijn restanten gevonden waarvan men vermoed dat er dorpjes moeten zijn geweest die tijdens de stormvloeden in de twaalfde en dertiende eeuw verdwenen zijn.

Geen vergelijkbare vondsten

In Oostelijk Flevoland zijn geen vergelijkbare vondsten gedaan. Wel werden bij Swifterbant resten gevonden van oudere nederzettingen van 5 á 6 duizend jaar geleden. Deze mensen behoorden tot de jager- verzamelaarcultuur, die in grote delen van Europa voorkwam. Hier kwam de ‘Swifterbantcultuur’ uit voort.

Men heeft al meerdere scheeps- en vliegtuigwrakken ontdekt en dat worden er vast nog meer. Daar kom ik later een keer op terug.

'Dronten Toen' staat onder redactie van de Stichting Geschiedschrijving Dronten en wordt samengesteld aan de hand van eerdere publicaties in de Flevolander, voorloper van de FlevoPost.

Kees Hermus