Twee Zuiderzeewrakken geïdentificeerd en hun ondergang ontrafeld

Rutten - Nog nooit lukte het om tegelijkertijd twee Zuiderzeewrakken te identificeren en de ondergang van beide schepen aan elkaar te verbinden. Tot nu. Maritiem archeoloog Yftinus van Popta van de Rijksuniversiteit Groningen identificeerde twee Zuiderzeewrakken in de Noordoostpolder en ontrafelde de verhalen omtrent hun ondergang.

Grootste scheepskerkhof op land ter wereld

Scheepswrakken zijn bekende maritieme fenomenen in de Flevoland. De jongste provincie van Nederland staat bekend als het grootste scheepskerkhof op land ter wereld, en mag deze titel met recht dragen. In tachtig jaar tijd zijn namelijk meer dan 450 scheepswrakken in de voormalige zeebodem gevonden en onderzocht. De meeste wrakken zijn echter toch vrij abstracte, incomplete houten constructies die maar moeilijk te doorgronden zijn. Vaak geven ze een indruk van hoe een schip er ooit uit heeft gezien en wanneer het is vergaan, maar het is onduidelijk hoe deze schepen heetten, waardoor ze zijn gezonken, wie de opvarenden waren en wat er met ze is gebeurd. Ieder scheepswrak in Flevoland staat dus ook voor een scheepsramp en persoonlijk leed, maar deze koppeling is vaak moeilijk te maken. Tenzij, de naam van het schip kan worden achterhaald. Dan ontstaan er plotseling mogelijkheden om te ontrafelen wat voor drama’s zich ooit hebben afgespeeld op kavels waar nu aardappelen en uien staan.   

De oplettende arbeider

Toen in de jaren ’40 van de vorige eeuw de bodem van de Noordoostpolder droogviel, trokken vele arbeiders het gebied in om het nieuwe land in cultuur te brengen. Duizenden sloten en drainagegreppels werden gegraven om de bodem te ontwateren. Zo ook op donderdag 31 juli 1947. Landarbeider Ten Cate van werkkamp Schoterbrug constateerde bij het graven op kavel A90 nabij Rutten dat er op deze kavel twee scheepswrakken in de bodem lagen. Eén van deze wrakken droeg de naam ‘Drie Gebroeders’. Hij meldde de bijzondere vondst bij zijn voorman, maar deze antwoordde wanhopig ‘O, houd op met gevonden schepen want wij lopen al een half jaar achter’. De arbeider kreeg opdracht om het wrak weer af te dekken met grond, maar kon het niet laten om toch een handgeschreven vondstmelding naar de toenmalige scheepsarcheoloog te schrijven. Toen deze ruim acht jaar later eindelijk in de gelegenheid was om op de wraklocatie te kijken, bleek geen spoor van de beide wrakken aanwezig te zijn. Mogelijk waren ze in de tussentijd al stiekem uit de grond verwijderd. Het verdict van de archeoloog luidde in ieder geval onverbiddelijk: ‘Afgeschreven!’.

[De tekst gaat verder na de foto]

 

De Drie Gebroeders stoot lek

Met moderne ruimtelijke en archeohistorische onderzoeksmethoden is het mogelijk om op basis van kleine aanknopingspunten, zoals in dit geval de naam ‘Drie Gebroeders’, wraklocatie en scheepstype toch een poging te doen om de identiteit van een wrak te achterhalen. Na uitgebreid onderzoek is namelijk vastgesteld dat het eerste wrak op kavel A90 de in 1878 gebouwde tjalk ‘Drie Gebroeders’ was van schipper Sije Geerts van Dijk (46) uit Lekkum. Hij voer samen met zijn vrouw Jantje van Dijk (36) en zijn vier kinderen Geert (15), Albertje (14), Gooitzen (12) en Errit (7) op maandag 28 juni 1909 in alle vroegte op de Zuiderzee, toen zijn schip op een uur gaans van Lemmer plotseling op een obstakel stootte en begon te zinken. Toegesnelde vissers wisten de opvarenden nog van boord te halen, maar het schip viel niet te redden. Al snel werd duidelijk dat de Drie Gebroeders op een ander schip was gestoten (het tweede wrak van kavel A90), dat maar enkele maanden daarvoor op dezelfde plaats was gezonken. Ook dat verhaal is met behulp van een ruimtelijke archeohistorische analyse gereconstrueerd.

[De tekst gaat verder na de foto]

Het tragische verhaal van het oude hekschip De Hoop

Op maandag 19 april 1909 vertrok schipper Geert Dinkla (37) uit Ten Post met zijn oude schuit genaamd ‘De Hoop’ onder slecht weer vanuit Kampen naar Veendam. Aan boord waren zijn vrouw (35), zes kinderen (10 tot 1,5 jaar oud) en een knecht (47) uit Kampen. Ten zuiden van Lemmer kwam het schip door zware golfslag in de problemen: de dekluiken sloegen open en het zeewater stroomde naar binnen. Tot overmaat van ramp sloeg een rukwind de complete roef, daar waar vrouw en kinderen zich op dat moment verscholen, van het schip. De schipper sloeg ook overboord, maar wist zich uit alle macht vast te klampen aan de nog drijvende sloep en zag met lede ogen aan hoe zijn schip en gezin in de diepte verdween. Pas weken later werden de lichamen van zijn vrouw, kinderen en knecht teruggevonden. Het nieuws van de verschrikkelijke tragedie bereikte zelfs H.M. de koningin Wilhelmina die middels een telegram haar medeleven betoonde en persoonlijk voor financiële ondersteuning van schipper Dinkla en de nabestaanden van de knecht zorgde. 

[De tekst gaat verder na de foto]

Spookschepen

Het is onduidelijk of de wrakken van de Drie Gebroeders en De Hoop nog in de polder aanwezig zijn, maar het staat vast dat ze er wel hebben gelegen. Een snelle berekening leert dat er nog enkele tientallen van dit soort ‘spookschepen’ in Flevoland liggen. De wrakken zelf zijn mogelijk al verwijderd, maar aan de hand van archeologische vondsten in de omgeving van de wrakken (deze kunnen nog steeds aanwezig zijn) en de gereconstrueerde verhalen van hun ondergang kunnen de wraklocaties blijven voortbestaan. Dit is precies wat nodig is om het maritieme verleden van de polders beter zichtbaar en voelbaar te maken. Met de huidige onderzoeksresultaten wordt in ieder geval duidelijk dat zich ter hoogte van kavel A90 ruim 110 jaar geleden twee maritieme tragedies hebben afgespeeld, en dat zich dit maar moeilijk valt voor te stellen in het rechtlijnige en agrarische polderlandschap van vandaag de dag.