Column Bart van der Wal | Groeien

Ruim dertig jaar geleden - ik woonde toen nog in Lelystad - leerde ik mijn vrouw kennen. Terwijl ik overal en nergens had gewoond, was zij vanaf haar derde in die stad opgegroeid. Ons aanvankelijke scharrelgedrag groeide uit tot echte verliefdheid. Verkering, verloving, samenwonen en trouwen volgden. We gingen in Dronten wonen.

Dorps karakter

Het dorpse karakter leek ons een goede basis voor het gezin dat we wilden stichten. Lelystad was ons te stads.

Kleine stad

De tijd vliegt. Onze jongens zijn inmiddels ‘groot gegroeid’. In de ruim drie decennia dat we in Dronten wonen is er het nodige veranderd. Dronten is, zeker vanaf de jaren negentig, fors gegroeid. Het ooit typische polderdorp is nu eerder een kleine stad.

Groeispurt

Het zal u niet zijn ontgaan dat er continue behoorlijk aan de weg wordt getimmerd door de gemeente. Als ik de berichten in de media lees over de groeiambities voor Dronten krijg ik het idee dat we aan de vooravond staan van weer een sterke groeispurt. Bent u een stads type dan juicht u de huidige politieke ideeën over de groei van de gemeente Dronten waarschijnlijk toe. U maakt zich er in ieder geval niet druk om. Bent u meer een dorps type dan kan het zijn dat u de politieke ambities om van Dronten een stad te maken als Lelystad of zelfs Almere met argusogen bekijkt.

Argusogen

Omdat er in Nederland een tekort aan huizen bestaat en wij binnen onze gemeentegrenzen de ruimte hebben is het wel logisch dat de landelijke politiek ons vraagt om een bijdrage te leveren aan de huizenbouw. Dit impliceert meer inwoners, een groeiend voorzieningenniveau en ongetwijfeld een verandering van karakter en cultuur van Dronten en haar inwoners. Dat deze aan verandering onderhevig zijn bij een doorgaande en flinke groei lijkt mij, vanuit boerenlogica en zonder vooroordeel beredeneerd, zeker.

Natuurlijk hoeft dit niet negatief te zijn. Hierbij hoop ik dat iets van wat ons typisch Drontenaren maakt behouden blijft. Hoewel dit wat ongrijpbaar lijkt te zijn denk ik vooral aan een zekere veranderingsgezindheid die van oudsher past bij polderbewoners. Ook denk ik aan een open houding en vriendelijkheid die hier gevoelsmatig nog steeds te vinden zijn. Een praatje maken met een onbekende, een knik naar een bekend gezicht of even iemand een handje helpen als dat zo uitkomt.

Te snel

Veel veranderingen gaan geleidelijk, de groei van Dronten lijkt mij snel te gaan. Ik vraag me af of deze gedachten ontstaan door mijn eigen ‘ouder groeien’ en hun oorsprong vooral kennen in nostalgie en een hang naar een kleiner Dronten. Ik denk dat ik mijn eigen ‘polderzin’ tot verandering moet gaan aanspreken waardoor ik vooral nieuwsgierig kan zijn naar wat de toekomst ons Drontenaren brengt.