Dronten Toen 3 | Zeewolde zou tussen Dronten en Lelystad worden gebouwd

Vandaag aflevering 3 van de rubriek ‘Dronten Toen’ nieuwe stijl, onder redactie van de Stichting Geschiedschrijving Dronten, aan de hand van eerdere publicaties in de Flevolander, voorloper van de FlevoPost.

Tien dorpen

In de Flevolander van 4 maart 1959 staat een artikel met als kop: ‘Geen tien, maar vier, misschien vijf dorpen buiten Lelystad en Dronten’. Het bijgevoegde kaartje van Oostelijk Flevoland toont het oorspronkelijke plan voor tien dorpen. Het dorp Zeewolde zou aangelegd worden tussen Dronten en Lelystad. We weten nu dat een dorp met de naam Zeewolde in Zuidelijk Flevoland terecht is gekomen. Lelystad zal het gewestelijk centrum voor alle polders worden.

Onderscheid in argumentatie

Na aanvankelijk een plan te hebben gemaakt voor tien dorpskernen, werd besloten het aantal dorpen in Oostelijk Flevoland te beperken. De Dienst der Zuiderzeewerken kwam in 1958 met een nota waarin een uitgebreide verhandeling stond hoe op dat moment tot zes dorpen is gekomen. Er wordt een onderscheid gemaakt in de argumentatie: de plaatselijke veranderde omstandigheden en een aantal maatschappelijke veranderingen.

Bodemgesteldheid bij de Roggebotsluis

Om een praktische reden te noemen: bij de drooglegging is duidelijk geworden dat de bodemgesteldheid bij de Roggebotsluis nogal is tegen gevallen. Deze grond gaat vooral gebruikt worden voor de bosbouw. De weinig arbeidsintensieve bosbouw maakt een dorp daar overbodig. Ook het te stichten dorp Larsen, waar men kennelijk een weinig arbeidsintensieve viscultuur wil aanleggen zal zich -om dezelfde reden - onvoldoende kunnen ontwikkelen.

Er is ook een aantal algemene maatschappelijke tendensen waar te nemen. De verwachting is dat Lelystad een aantrekkelijke woon- en winkelstad wordt, wat met zich meebrengt dat dorpen daar omheen worden geremd in hun ontwikkeling.

Landarbeid boet aan belang in

Het laat zich dan ook al aanzien dat landarbeid aan belang zal inboeten, want de voortgaande landbouwmechanisatie vraagt immers minder arbeid. Er is inmiddels ervaring opgedaan met de dorpen in de Noordoostpolder, waar de ontwikkeling wordt bemoeilijkt door de geringe onderlinge afstanden.

Er is echter nog een belangrijk argument: door de economische omstandigheden waar Nederland in verkeert, is het stichten en ontwikkelen van een groot aantal kleinere dorpen duurder dan van een kleiner aantal grotere dorpen. Dat financiële argument komen we vaker tegen: de inpoldering en het in cultuur brengen van de polders is nogal belastend voor de Rijksfinanciën.

In de volgende aflevering kom ik op dit onderwerp terug en ga ik verder in op de argumenten uit de nota 254 van de Dienst Zuiderzeewerken. Wordt dus vervolgd.