Column Kees Bakker | Afweging

Dronten - Het is te begrijpen dat bewoners van De Landmaten zich zorgen maken over de bouw van een arbeidsmigrantendorp aan de overkant van de Dronterweg. Zelf ontkennen ze het ‘Not in my backyard’-effect (Nimby), in goed Nederlands ‘Niet in mijn achtertuin’, maar dat is het natuurlijk wel.

Zichtlocatie

Ze voeren aan dat het hen er om gaat dat het hier een zichtlocatie betreft, een locatie die voor veel mensen die naar via de Dronterweg naar Dronten, het eerste is wat ze zien van het dorp. Maar ik vermoed dat als er op een zichtlocatie van een andere toegangsweg in Dronten een dergelijk plan is, de bewoners uit De Landmaten niet ook hun protest zullen laten horen, of dat op zijn minst niet zo luid zal zijn als nu het geval is.

Nimby-effect

En dat is ook niets om je voor te schamen. Je mag opkomen voor wat er in je achtertuin gebeurt of dreigt te gebeuren. Ook daar spreekt een vorm van betrokkenheid en liefde uit, voor je omgeving en de gemeente waarin je woont. Ik snap de ontkenning wel, want het Nimby-effect is in de politiek soms een soort verwensing geworden of een rechtvaardiging om iets te doen of een bepaald plan door te drukken. Zo van: ‘Ja, maar niemand wil huisvesting voor arbeidsmigranten in zijn of haar buurt’. Dat is ook waar en de politiek staat altijd voor de niet te benijden klus om het algemeen belang af te wegen tegen een specifiek belang.

Kijken naar plan

Dat is ook hier het geval. Het is ook te begrijpen dat bewoners het feit dat de gemeente in gesprek is met de initiatiefnemer zien als een soort van samenzwering, alsof men aanstalten maakt een plan er door te drukken. Logisch, maar net zo min terecht als het ontkennen van een Nimby-effect. ‘De gemeente is dus al aan het onderhandelen over het plan zelf en gaat hiermee voorbij aan het feit dat bewoners vinden dat zo’n zichtlocatie hiervoor niet gebruikt mag worden’ schrijft het actiecomité in een brief aan omwonenden. Maar feitelijk is dat niet wat er aan de hand is, volgens mij. Feitelijk is het zo dat een ondernemer een plan heeft voor een bepaald gebied en zich daarmee meldt bij de gemeente. De gemeente is dan bijna verplicht te kijken of dat is toegestaan, dat plan. Als dat niet zo is, ben je snel klaar. Als het wel zo is, maar dan wel aan bepaalde voorwaarden moet voldoen, ga je daarover in gesprek met de initiatiefnemer. En als een plan op een bepaalde plek onder de huidige regelgeving niet mag, maar in principe wel gewenst is of voorziet in een gedeeltelijke oplossing van een probleem, ga je daarover in gesprek met de initiatiefnemer en draag je hem of haar op ook in gesprek te gaan met de omgeving. Dat laatste is hier volgens mij het geval. Er is, zeker in de toekomst, behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten.

Het uiteindelijke woord is in dit geval aan de politiek. Dat is waar de bewoners hun pijlen op moeten richten. Niet op een gemeente die plannen toetst, maar op de politiek die de afweging maakt of ze ook doorgaan.