Column Kees Bakker | Voor mijn lieve vader

In de nacht van donderdag op vrijdag is mijn vader overleden. Het ging al een tijdje niet zo goed met hem: twee longontstekingen zorgden voor een ziekenhuisopname van twee weken en daarna kwam hij in een verpleeghuis in Hilversum terecht. Zo gaat dat: vanuit het ziekenhuis wordt er een plek gezocht en dat werd Hilversum, hoe graag mijn vader ook in Lelystad wilde blijven.

Toch zat daar ook iets moois in: in Hilversum heeft hij het grootste gedeelte van zijn jeugd doorgebracht. Wij verheugden ons erop met hem door de stad te gaan wandelen, hij in zijn rolstoel en wij er achter, waarbij bijna elke wandeling een ‘trip down memory lane’ zou zijn geweest, maar daar is het niet meer van gekomen.

Mijn vader woonde in een aanleunwoning in De Hoven en was daar zielsgelukkig. Niet alleen had hij veel aanloop, veel verzorgden en hulp kwamen bij hem even een sigaretje roken, hij woonde ook vlak bij zijn kinderen.

Eén van de meest recente hoogtepunten in zijn leven was de brand in De Hoven. Dat vergt, als je het zo opschrijft, natuurlijk enige uitleg. De brand zelf was een traumatische ervaring: diep in de nacht werd zijn voordeur ingetrapt door de brandweer en werd hij uit zijn bed gelicht en naar het restaurant in De Hoven gebracht. Maar daar kwam op een gegeven moment de burgemeester langs. En dat werd zeer gewaardeerd. Niet alleen om de belangstelling die zij daarmee toonde voor het wel en wee van de bewoners van De Hoven. Ook omdat de burgemeester zijn zoon kende. Ze hebben samen even gezellig zitten kletsen over mij en mijn vader vond dat geweldig. Mijn vader was apetrots op zijn kinderen. En die trots deelde hij graag met anderen, en zeker met de burgemeester.

Mijn vader heeft altijd gedacht dat hij niet oud zou worden. Zijn eigen vader is relatief jong gestorven en mijn vader was er van overtuigd dat hem eenzelfde lot was beschoren. We plaagden hem er wel eens mee, op latere verjaardagen. ‘Nou, zitten we hier weer. Wat hadden we nou afgesproken?’ Galgenhumor is in mijn familie niet vreemd en mijn vader kon er ook om lachen.

Ik ga hem missen.