'In Dronten ziet men nog naar elkaar om'

Dronten - Het coronavirus is vier maanden later nog steeds onder ons en eist nog steeds slachtoffers, maar de grootste golf aan besmettingen lijkt achter ons te liggen. Tijd om terug te blikken: hoe beleefden de vier wethouders in Dronten de coronacrisis?

Wat hebben zij op hun beleidsterreinen gezien aan ontwikkelingen, bedreigingen, maar ook mooie zaken? Vandaag: wethouder Peter van Bergen, die onder andere ‘Onderwijs’, ‘Ouderen’, ‘Jongeren’, ‘Jeugdzorg’ en het ‘Sociaal domein’ in zijn portefeuille heeft.

‘Ik mis het wel, hoor. Eventjes overleggen of bijpraten als je elkaar tegenkomt is er niet bij. Je mist het elkaar te zien, het non-verbale dat bij communicatie komt kijken, of iemand gewoon eens even in de ogen kijken.’ Wethouder Peter van Bergen is blij dat er wat dat betreft weer steeds meer kan. ‘Thuiswerken is nog steeds het devies, dus wat thuis kan, doe je thuis. En werken doen we volgens de RIVM-richtlijnen. In het begin vond ik het ook nog niet zo erg, dat thuiswerken. Maar nu begin ik de normale situatie steeds meer te missen. Net als de meeste Nederlanders, volgens mij…’

Rustig beeld

‘Ik ben wethouder ‘sociaal domein’, en dat zit overal. En daar heb ik best wel zorgen over gehad. Ouderen, ouders die plotseling voor de kinderen thuis moesten zijn, mantelzorgers. Ik denk dat Dronten er tot nu toe redelijk goed doorheen is gekomen, maar daarbij is het ook de vraag hoe scherp we alles in beeld hebben. Dat weet je waarschijnlijk pas over enige tijd, misschien wel één of twee jaar. Op het oog is alles goed gegaan, er zijn geen signalen dat er meer mensen in de knel zijn gekomen. Maar we kunnen niet achter iedere voordeur kijken, dus we weten niet wat er allemaal daadwerkelijk gebeurt.’

Dat ‘rustige beeld’ geldt eigenlijk voor al de drie onderdelen van het sociaal domein: de WMO (ondersteuning bij mensen thuis die dat nodig hebben om zelfstandig te kunnen functioneren), de jeugdzorg en de Participatiewet (het aan werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt). ‘Bij die laatste zien we nu wel een lichte toename van mensen die een beroep doen op de bijstand. Het loopt nu iets op omdat we mensen niet kunnen plaatsen. Maar tot voor kort was dat zelfs iets lager dan in dezelfde periodes in eerdere jaren.’

Zorgen over toekomst

Zorgen heeft Van Bergen ook over de toekomst. ‘Wat komt er nog op ons af? Komt er een tweede coronagolf? Wat gaat de structurele impact van de coronacrisis zijn? In hoeverre en hoe snel veert de economie terug? En wat is de veerkracht van gezinnen als er een tweede golf komt? Het leven stond na 16 maart in één klap stil. Er is heel wat op gezinnen afgekomen, er is een groot beroep op ouders gedaan. En dan heb ik het nog niet eens over grootouders, die lange tijd de kleinkinderen misschien niet hebben gezien, of mantelzorgers. Er is in stilte heel wat werk verzet, er is door veel mensen heel wat opgevangen.’

Zekerheden

Er zijn twee zekerheden waar de wethouder op durft te vertrouwen. ‘Ten eerste: de samenwerking in Dronten. Gelijk vanaf 16 maart was er bijvoorbeeld een goede samenwerking tussen de kinderopvang, het onderwijs en de gemeente. Er waren geen discussies over of we iets wel of niets moesten doen, alledrie gingen we er voor. De rol van de gemeente was daar meer een coördinerende. Ik heb geweldig veel waardering voor de mensen in het onderwijs, de kinderopvang en de medewerkers van de gemeente Dronten die werken in het sociaal domein. De prestatie die daar is geleverd, is enorm. De kinderopvang, die ervoor zorgde dat kinderen van ouders met vitale beroepen opgevangen werden. Maar er ook waren voor de circa 25 kinderen voor wie de situatie thuis als ‘niet veilig’ werd ingeschat. Het onderwijs, dat in korte tijd de draai maakte van klassikaal onderwijs naar digitaal. Fantastisch!’

Een andere zekerheid: in Dronten kun je terugvallen op het sociale netwerk. ‘Dat geldt voor mensen zelf in buurten en wijken. Buren die voor elkaar bijspringen. Maar het geldt voor ons als gemeente ook voor de maatschappelijke coalities die we in Dronten hebben. ZamenEen, de Voedselbank, de kerken in Dronten, allemaal organisaties die een goed beeld hebben van wat er in Dronten gebeurt, de thermometer in de gaten houden en aan de bel trekken als dat nodig is. Dat is toch wel de kracht van Dronten. Dat is een groot goed, waarvan de waarde in dit soort tijden meer dan eens benadrukt wordt.’

Overdenken

Zelf schetst Peter van Bergen deze periode met drie woorden: zorg, overdenking en dankbaarheid. ‘Zorgen heb je natuurlijk zelf ook. Ik heb ook een gezin en ben vader van twee kinderen. Mijn zoon en dochter zijn allebei al uit huis. Mijn dochter woont in Portugal. Daar was de lockdown nog een stuk strenger dan hier. Natuurlijk hebben we gefacetimed met beide kinderen, natuurlijk was er regelmatig contact met beiden. Maar fysiek konden we elkaar niet ontmoeten, en dat is dan toch heel vervelend.’

‘In een periode zoals deze, waarop je echt teruggeworpen wordt op jezelf, is er ook tijd om één en ander te overdenken. Ik snap dat dat anders is als je nog thuiswonende kinderen hebt. Maar voor mij gold dit zeker. Je wordt je er van bewust hoe belangrijk menselijk contact is. Hoe belangrijk je gezin is. Hoe klein onze wereld is geworden: een virus kan zich van de ene op de andere dag van het ene werelddeel naar het andere verplaatsen. De wereld wordt steeds kleiner, maar de afstand tussen groepen inwoners lijkt wel steeds groter te worden. Veel mensen zijn geconfronteerd met pijn, verdriet, verlies. Misschien dat dat mensen ook weer nader tot elkaar brengt. Misschien dat daar ook iets van blijft hangen na deze crisis.’

En dan tot slot dankbaarheid. We staan ook dicht bij elkaar in tijden als deze, in zo’n periode zijn we in staat er voor elkaar te zijn. Dat zag je in tal van initiatieven, van groot tot klein. En ik ben blij dat we in Dronten wonen. Een gemeente waar inwoners nog naar elkaar omzien.’