Tienduizenden vissen sterven in Oostvaardersplassen door traag handelen provincie

Lelystad - De dood van ruim zestigduizend vissen vorig jaar zomer in de Oostvaardersplassen kan op het conto worden geschreven van de provincie Flevoland.

Een oplossing om tienduizenden karpers, brasems en snoekbaarzen te redden, kwam te laat. De provincie beweerde bij hoog en laag dat de enorme vissterfte vorig jaar in de oostvaardersplassen 'een natuurlijk fenomeen' was en dat al het mogelijke was gedaan om dit te voorkomen. Uit stukken die openbaar werden na een WOB-verzoek van Omroep Flevoland blijkt echter dat verkeerde keuzes ten grondslag lagen aan de massale vissterfte. Op 26, 27 en 28 juli vorig jaar, drie bloedhete dagen, werd het zuurstof- en voedseltekort door het lage waterpeil tienduizenden vissen fataal.

Witheet, maar niet verbaasd

De Partij voor de Dieren in Flevoland is witheet, maar niet verbaasd. Al driemaal eerder stelde de partij schriftelijke vragen over de dood van de 60 duizend vissen. 'maar er werd keer op keer om de hete brij heen gedraaid. Er is gelogen', stelt fractievoorzitter Leonie Vestering. De provincie wist dat de lage waterstand een risoco vormde voor de vissen, stelt Vestering. In oktober 2018 startte Flevoland met het plan 'moeras-reset'. Cruciaal onderdeel van dat project: een waterstandverlaging. Dit zou goed zijn voor het rietmoeras en daardoor ook voor de vogels. In het plan viel te lezen dat de massale vissterfte een risico vormt, 'met name in de zomer van 2019'. Vestering: 'De provincie heeft zichzelf dus nota bene gewaarschuwd. Er staat letterlijk wat er zou gaan gebeuren en nóg is er gefaald'.

Emiel Poelert