Reportage: Tocht door het rijk van de zeearend

Schokkerhaven - Bij Kamperplaat, één van de natuureilandjes in de IJsseldelta, waan ik mij in een andere wereld. In het oosten zie ik de Eilandbrug over de IJssel als enige teken van menselijk leven. De stilte wordt slechts af en toe verstoord door een krijsende meeuw.

Natuurfotograaf Martijn de Jonge heeft mij meegenomen op zijn zeiljacht, de Wave. Voor een ontmoeting met de zeearend, de grootste Europese roofvogel.

Jonge zeearend

Iets eerder op de middag zijn we vanaf Schokkerhaven, Martijns thuisbasis, het Ketelmeer op gevaren. Martijn heeft goede hoop; in de ochtend zag hij door zijn telescoop een jonge zeearend op de uitkijk in een boom op IJsseloog, het slibeiland in het midden van het Ketelmeer. We hebben geluk. De roofvogel laat zich opnieuw zien, in vlucht. Een paar tellen maar, en dan is hij klapwiekend achter de boomtoppen verdwenen. Als extraatje zien we een havik. Een goed begin van onze tocht door het rijk van de zeearend.

[De tekst gaat verder na de foto]

Honderden ruiende knobbelzwanen

Na IJsseloog steken we over naar de IJsseldelta. Want daar zit een zeearendpaar met kroost. In de beschutting van de eilanden zien we honderden ruiende knobbelzwanen, het is een veilige plek om hun verenkleed te wisselen. Af en toe afgewisseld door de majestueuze verschijning van een zilverreiger, mooi afgetekend tegen het riet. We zien ook veel futen en meerkoeten.

Kamperplaat is het oudste eiland van de archipel. ‘De bomen daar zijn groter, en sterk genoeg voor de zeearend’, legt Martijn uit. De kale wilg die de roofvogels als uitkijkpost gebruiken is goed te zien. We houden de verrekijkers in de aanslag en speuren de contouren van het eiland af. Het nest is aan de andere kant van het eiland, buiten ons zicht. Martijn twijfelt of er één of twee jongen in zitten.

Na minutenlang turen, besluit Martijn verder de IJssel op te varen. Misschien laat de zeearend zich daar wel zien. Maar net als Martijn het anker ophaalt, komt van achter het eiland een zeearend aanvliegen. Hij gaat op de top van de dode wilg zitten. ‘Daar zitten ze graag’, zegt Martijn. ‘Het is een strategische plek; de vogels hebben er 360 graden uitzicht’.

[De tekst gaat verder na de foto]

Duitse zeeearendman

De zeearend heeft een lichte kop. De ervaren natuurfotograaf herkent de roofvogel meteen. ‘Een man, ringnummer Z663. In zijn vijftiende levensjaar. In mei 2006 geringd in het Duitse Sleeswijk-Holstein’. Zijn vrouw is AF19, de eerste zeearend die in Nederland is geringd, in 2007 in de Oostvaardersplassen. Het paar vestigde zich aanvankelijk in het Roggebotzand, waar ze in 2012 na een succesvolle broedpoging twee jongen grootbrachten. In 2013 waren ze opnieuw succesvol met deze keer één jong als resultaat. Na een derde, mislukte broedpoging in 2014 verhuisde het zeearendpaar begin 2017 naar het eiland in de IJsseldelta.

De zeearendman kijkt rustig om zich heen en trekt zich niets aan van onze aanwezigheid. Na een aantal minuten vliegt hij weg en verdwijnt uit zicht om even later weer aan de andere kant van het eiland te verschijnen. Met snelle vleugelslagen steekt hij het water over naar een ander eiland. ‘Hij gaat jagen’, zegt Martijn. ‘De jongen zijn acht tot negen weken oud, dus hebben steeds meer voedsel nodig’.

Als we al een tijd geen zeearend meer hebben gezien, varen we ’s avonds weer terug naar Schokkerhaven. Op één van de eilandjes die we passeren, liggen allemaal bomen omver. ‘Het werk van bevers’, vertelt Martijn. Op een ander eiland zien we een oeverzwaluwwand, waarvan sommige gaten zijn uitgegraven. ‘Door een vos of een steenmarter’, vermoedt Martijn.

Drie lepelaars vliegen voorbij terwijl de zon in het westen naar de horizon zakt. We verlaten het rijk van de zeearend.

[De tekst gaat verder na de foto]

Een zeearendrijke zomer

Hoewel het in de IJsseldelta nog rustig is, zijn de eerste berichten over uitvliegende zeearenden in Nederland veelbelovend. Martijn de Jonge schat dat er zo’n twintig jonge zeearenden ‘ready for take-off’ zijn, of inmiddels zijn uitgevlogen. ‘Ter vergelijking: afgelopen jaar vlogen er veertien uit, één minder dan in 2018’.

‘Zeearenden met jongen zijn momenteel van Groningen tot de Zuid-Hollandse eilanden te vinden. Nieuwe nesten in Zeeland en Brabant mislukten. Zeearendvrij zijn alleen nog Limburg en Utrecht, maar daar komt zo op het oog ook verandering in. Friesland is dit jaar in opkomst met drie nesten en vijf jonge arenden, Flevoland is met Biddinghuizen, Oostvaardersplassen en Lepelaarsplassen op de goede weg’.

Volgens Martijn de Jonge beleven we één van de zeearendrijkste zomers ooit in Nederland. In zijn dit jaar verschenen boek ‘De zeearend in Nederland; In 15 jaar naar 15 paar’ brengt hij met veel boeiende foto’s en actuele informatie in beeld hoe de zich een plek in ons land wist te verwerven. Het boek dat wordt uitgegeven door KNNV te Zeist is verkrijgbaar in de boekhandel (24,95 euro).