‘Het was echt een schitterende tijd’

Lelystad - Gabor Udvardi (59) is een van de laatste nog zittende ondernemers in het noordelijke deel van de Gordiaan in Lelystad. Noodgedwongen verkoopt de eigenaar van De Lekkerbek na 42 jaar de inventaris van zijn snackbar.

Hij helpt mee om de laatste houten bank, die al vanaf het begin in de zaak staat, in een aanhanger te tillen. ‘Ik hoop dat dit zo snel mogelijk achter de rug is.’

Terugblikken op 42 jaar

De gordijnen hangen nog, maar het meubilair is al zo goed als weg als we voor de FlevoPost met Gabor Udvardi terugblikken op 42 jaar de Lekkerbek. Volle dozen staan opgestapeld voor het raam en er staan nog maar twee tafeltjes en een paar stoelen. Maar ook die worden tijdens het interview opgehaald. ‘Zullen we maar op de kachel gaan zitten?’

We nemen plaats op donkerbruine buizen die lekker warm aanvoelen. ‘Het was hier zo koud dat ik de kachel maar heb aangezet’, zegt hij. Ondertussen zijn twee mannen druk bezig om de tafels en stoelen in hun aanhangwagen te krijgen. Gabor helpt ze een handje met de zware houten bank, die zo typisch is voor de Lekkerbek. ‘Ja, die hebben we al vanaf het begin, 42 jaar dus. We hebben ze door de jaren heen wel opnieuw bekleed, want ze zijn nog prima. Echt goede kwaliteit.’

Een patatje na het zwemmen

Vroeger zat zijn zaak vol. Mensen die na het zwemmen in de ‘oude’ Agora (een multifunctioneel gebouw, met een theater, een bibliotheek, een sporthal en zwembad) even een patatje kwamen halen. ‘We hadden toen altijd ‘happy noon’, een patatje voor een gulden’, herinnert Gabor zich. ‘Mensen hebben het daar nóg over. Opa’s die met hun kleinkind een patatje kwamen eten en vertelden dat ze vroeger na het zwemmen bij ons kwamen.’

[De tekst loopt door na de foto]

Een gouden plek

Zijn vader opende de deuren van de snackbar in 1978 en Gabor hielp als kleine jongen van 8 jaar al mee in het familiebedrijf. Er waren nog twee vestigingen: in de Bijlmer en Duivendrecht. De Lekkerbek zat in Lelystad op een gouden plek, zegt de ondernemer. ‘De Gordiaan was toen nog een klein winkelcentrum, wij zaten mooi aan de rand met de ‘oude’ Agora vlakbij. Het centrum is vervolgens meer en meer uitgebouwd en ik vind dat dit op de verkeerde manier is gebeurd. Het is niet meer zo compact als het toen was.’

Donkere wolk

Gabor: ‘Ik heb hier echt een schitterende tijd gehad en ging elke dag met veel plezier naar mijn werk. Ik houd van het horecavak, het contact met de mensen vind ik echt geweldig.’ Al 18 jaar hing er echter een grote donkere wolk boven De Lekkerbek. ‘Wij hielden er sinds 2001 rekening mee dat dit deel van het centrum gesloopt wordt en daardoor hebben we al die jaren niet meer in onze zaak geïnvesteerd. Verkopen kon ook niet, want iedereen was op de hoogte van de sloopplannen. Ik was een gevangene in mijn eigen bedrijf.’

[De tekst loopt door na de foto]

Afscheid nemen

De snackbareigenaar moet op 1 januari uit het pand zijn en besloot daarom om op 2 november voor het laatst open te zijn. ‘Het was heel druk. Mensen kwamen echt langs om afscheid te nemen. Het was lief en pijnlijk.’ Deze maand hoopt hij alle inventaris te hebben geveild. ‘December is altijd de drukste maand voor de horeca, daarom doe ik het nu.’

Slopende rechtszaken

Wat hij hierna gaat doen, weet Gabor nog niet. ‘Ik neem eerst een tijdje rust, want de afgelopen jaren en de rechtszaken tegen de gemeente waren slopend. En dan blijkt dat je maar gewoon een nummer bent. Want ik heb hier nooit een burgemeester of wethouder over de vloer gehad, alleen ambtenaren. Ik heb wel 42 jaar een horecazaak gerund en mensen aan het werk gehad. Dat kunnen maar weinig zeggen. Ik hoef geen lintje, maar dit is wel heel zuur.’