Stationsplein
Door Kees Bakker

Zorgen om en voor de jeugd

Lelystad - De jeugdhulp in Lelystad is zich aan het ontwikkelen tot een hoofdpijndossier van ongekende proportie. Afgelopen week werd bekend dat Lelystad zich gedwongen ziet fors te bezuinigen. Dat betekent dat de toegang tot de hulp zal worden beperkt, net als de duur van trajecten.

‘Geen kind mag tussen wal en schip vallen’ is en blijft de ambitie van de gemeente, al is het wel de vraag hoe reëel die ambitie nog is.

In 2015 is de hulp aan jongeren overgegaan van het Rijk naar de gemeente. De gedachte was, net als bij de decentralisaties van de participatiewet en de wet maatschappelijke ondersteuning, dat gemeenten de hulp beter en efficiënter kunnen uitvoeren. Gemeenten staan immers dichterbij de mensen die de hulp nodig hebben en kennen de lokale situatie beter.

Gemeenten kregen echter niet de kans om te bewijzen dat ze het beter, efficiënter en dus ook goedkoper konden, omdat er onmiddellijk een bezuiniging bij werd opgelegd: gemeenten kregen minder geld voor de uitvoering van de jeugdhulp dan het Rijk er aan uitgaf. Bovendien vielen provinciale middelen voor bovenlokale jeugdhulp ook weg.

Dat is de geschiedenis, een geschiedenis waar Lelystad helemaal niets aan kan doen. Er werd in het lokale beleid zwaar ingezet op preventie en het regelen van effectieve, maar minder zware zorg. Maar de investeringen daarin hebben (nog) niet het gewenste effect. De behoefte aan zware zorg neemt toe, net als de behoefte aan lichtere vormen van zorg. Het betekent dat de gemeente uit eigen middelen moet bijpassen en dat kost heel veel geld. De komende jaren zal er daarom drie tot vier miljoen per jaar op de jeugdzorg moeten worden bezuinigd, zo’n 10 procent van het totale budget.

Het is natuurlijk volstrekt onmogelijk dat jongeren die hulp nodig hebben dat niet gaan merken. De boodschap van wethouder Nelly den Os, dat geen kind tussen wal en schip mag vallen, is als geruststelling bedoeld. Tegelijkertijd moet richting Den Haag worden benadrukt dat dit niet meer zo kan. De extra toegezegde middelen vanuit het Rijk zijn onvoldoende, heel veel gemeenten in Nederland staat het water aan de lippen.

De boodschap richting Den Haag moet dan ook zijn: hier gaan kinderen en hun ouders de dupe van worden. Misschien moet de gemeente, samen met andere gemeenten, de jeugdhulp teruggeven aan het Rijk: regelt u het voortaan maar weer.  Misschien moet het Malieveld in Den Haag hier maar eens voor volstromen. Het is echt tijd voor actie.