Burgemeester Dronten gaat bemiddelen in discussie over crashpalen

Dronten - Burgemeester Jean Paul Gebben gaat op verzoek van de gemeenteraad bemiddelen in de ophef over de crashpalen in de gemeente Dronten. Verschillende burgers die onderzoek hebben gedaan, zijn er achter gekomen dat die palen op verkeerde plekken staan. Voor de Stichting 4 mei Herdenking Dronten is dat echter geen reden ze te verplaatsen.

Onderzoeken

Het is een discussie die in de loop der tijd regelmatig de kop opsteekt. Dronten heeft, net als andere gemeenten in Flevoland, op sommige plekken waar bij de drooglegging vliegtuigwrakken zijn gevonden uit voornamelijk de Tweede Wereldoorlog, de zogenaamde crashpalen staan. Daarop staat welk vliegtuig daar wanneer is neergestort en welke bemanningsleden erin zaten. Dat is gebeurd op basis van onderzoek van Gerrit Jan Zwanenburg, bergingsofficier van de Koninklijke Luchtmacht, die in 2016 overleed.  

Verschillende andere mensen, die ook onderzoek hebben gedaan, zijn er echter achter gekomen dat er op een aantal van deze crashpalen verkeerde informatie staat en/of dat de palen op verkeerde plekken staan, waar of helemaal geen of andere vliegtuigen zijn neergestort. Zo sprak Drontenaar Fred Vogels in 2014 in de FlevoPost al van ‘amateurisme’ in de onderzoeken. Hij en anderen pleiten er voor de tekst op de palen en plekken van de palen aan te passen.

Bemiddelen

Dat kost veel geld. De Stichting 4 mei Herdenking Dronten wil en kan dat daarom niet. Maar omdat de discussie regelmatig de kop opsteekt en er nu ook weer een aantal brieven naar de gemeenteraad zijn geschreven over het onderwerp, in de tijd waarin 75 jaar bevrijding wordt herdacht, heeft de gemeenteraad burgemeester Gebben gevraagd te bemiddelen. ‘Wij willen u als burgemeester vragen hierop de regie te nemen en met al deze partijen in gesprek te gaan om tot een voor iedereen acceptabele uitkomst te komen,’ vroeg Paul Vermast donderdag namens de gehele gemeenteraad.

Gebben heeft toegezegd dat te doen. ‘In beginsel is dit een initiatief van de samenleving. Maar als er gedoe is over zoiets belangrijks in de samenleving en de raad dat vraagt, doe ik dat graag, ook al heb ik formeel geen positie hierin.’