Plaat voor je kop
Door Wouter Bessels

Lowlands 2019 voor je kop (zaterdag)

Lowlands zaterdag stond in het teken van triomfen van het popidool anno 2019 en een van de godfathers van de disco en elektronische popmuziek: Billie Eilish en Giorgio Moroder.

Maar om andere acts daarmee tekort te doen? Nee, want al vroeg op de dag zorgde Joep Beving in de Bravo voor een memorabele show, waarin zijn nieuwe album Henosis inclusief zanggroep en strijkers naar het podium wordt vertaald. Het levert een tafereel op die we in de voorgaande jaren bij de klassieke concerten op Lowlands tegenkwamen. Publiek veelal zittend op de vloer en aandachtig luisterend. Wie daarna op de literaire toer wilde, kon terecht bij Lévi Weemoedt & Eus in Sexyland: een meterslange rij tot aan de Bravo zei genoeg over de belangstelling, maar ook de afwisseling. Lowlands is en blijft een multicultureel totaalfestival.

Vanaf half vier op Lowlands alle ogen gericht op Billie Eilish, het 17-jarige Amerikaanse popidool waarover al zoveel is gezegd en geschreven. Vandaag op Lowlands geeft zij haar vierde - en grootste - show op Nederlandse bodem, en voor het grootste gedeelte in de stromende regen. De drukte is veelzeggend: zelden was het zo druk in en rondom de Alpha - vergelijkbaar met Muse in 2016. Het voorvak is al ruim een half uur voor tijd bomvol; vol met jonge fans die later woord voor woord alles meezingen. Eilish weet dat en anticipeert daarop, samen met haar toetsenist (haar broer) en drummer, uitstekend. Haar show wordt visueel ondersteund met manga-achtige filmpjes die bijna driedimensionaal aandoen. Dit is de popshow pur sang anno 2019, met het overweldigende ‘Bury a friend’ tot slot. Haar zangstijl combineert het zwoele van Vanessa Paradis en het elastieke van Dua Lipa en haar elektronische pop is, alhoewel diepgang ontbreekt, dik in orde. Kortom: aan alle verwachtingen voldaan.

Dat geldt ook voor My Baby die in de Bravo hun grootste Lowlands-show tot nu toe geven. Daarmee is een leuke link gelegd naar de Alpha-show van De Staat van gisteren. Maar bij My Baby draait het - afgezien van de videokunst - honderd procent om de muziek, met Cato van Dijck, Joost van Dijck en Daniel de Vries in topvorm. Laatstgenoemde tovert de meest funky licks uit z’n gitaren, met af en toe een knipoog naar Sly Stone en zelfs melodielijnen van Miles Davis, terwijl hij een halve minuut later tijdens de rijdende trein van drummer Van Dijk ineens heel erg psychedelisch als een Steve Hillage kan klinken. En dat buiten de regen nog niet is opgehouden zorgt binnen voor een dampende tent, perfect passend bij de voodoorock van dit drietal. Lang en uitgesponnen, een trip op zich. Volgend jaar de Alpha? Nee, die is een maatje te groot. Laat maar aan Kensington over.

De regen drukt ook een grote stempel op de set van Paul Kalkbrenner. De keuzes van de techno-dj kunnen soms niet zomers genoeg zijn en daarom valt zijn set behoorlijk in het water. Jon Hopkins laat een uur later in de Heineken zien dat hij de technoheld van de dag is. Een geniale opbouw, waarin hij donkere en wijdse ambientklanken laat surfen over de stevige beats. Soms bijna filmisch; ook hij weet muziek en visuals op rake wijze te combineren. Alle klassieke invloeden laat hij vandaag varen: dit is Hopkins die soms bijna old school acid door zijn set heen mixt. Tot in de laatste tien minuten, waarbij hij met een verdiende cooldown weer alles en iedereen op beide benen laat landen. Memorabele set.

Terwijl The National de avond inluidt en overtuigend de Bravo voor zich wint, staat in de Heineken de andere held op het podium: Giorgio Moroder. De producer die Donna Summer groot maakte, de disco uit de underground-sfeer haalde en ook trots zijn naam op filmposters van Top Gun en Scarface mocht zetten. Inmiddels is hij 79 jaar en op het podium omringd met musici die al zijn klassiekers en successen tot in de puntjes toe weten uit te voeren. Zelf staat hij achter een Minimoog synthesizer die hij af en toe voorzichtig aanraakt. Geen modulaire kasten bij hem te vinden, maar de tent gaat voor de bijl als men in de gaten krijgt wat Moroder op zijn cv heeft staan. ‘Bad girls’, ‘Love to love you baby’, ‘What a feeling’ en het massaal meegezongen ‘Take my breath away’, maar ook Daft Punks 'Giorgio by Moroder'. Ze galmen door de Heineken, en ook ver daarbuiten, soms zelfs uit het gezichtsveld van de wild dansende menigte. ‘I feel love’ en vooral ‘MacArthur Park’ geven kippenvel. Door zijn hele show is wijlen Donna Summer de onmiskenbaar rode draad. Toch is het teleurstellend dat Moroder zelf zo weinig doet: zeker met de ‘classic’-show van Nile Rodgers & Chic van vorig jaar in het achterhoofd.

Zaterdagavond levert nog een dilemma op: Twenty One Pilots of Johnny Marr? Ik ga voor de laatste. En geen spijt van. Marr - ooit de helft van The Smiths -start in een halfvolle India als The National nog bezig is. Die stroomt snel vol als blijkt dat de Engelsman flink tapt uit het verleden en de handen vervolgens de lucht in kunnen. Die zelfverzekerde indruk had hij toen en nu nog steeds. Van ‘Big mouth strikes again’ tot ‘There’s a light that never goes out’. Klassiekers uit de Engelse popmuziek van de jaren tachtig. Zelfs een cover van Depeche Mode (‘I feel you’) komt langs. Grote verrassing van de dag.

Wat Giorgio Moroder niet (meer) doet, doet Colin Benders wel. Vanaf elf uur in de Bravo een optreden geven dat volledig in het teken staat van zijn modulaire synths. Ditmaal ondersteund door een lichtshow van Nick Verstand en Boris Acket; zij koppelen het licht aan de signalen van Benders’ modular. Het levert een uur lange dance set op die veel donkerder is dan twee jaar terug in de X-ray, maar ook veel artistieker. Opnieuw weet hij kunstvormen aan elkaar te linken en zichzelf daarin volledig weg te cijferen. Gedurende het optreden staat hij gebogen over zijn apparatuur, met zijn rug naar het publiek, om na afloop in het donker weg te lopen. De dag zit erop.

Tot morgen, tot Lowlands!

Lees ook:
Lowlands 2019 voor je kop (vrijdag)
Lowlands 2019 voor je kop (zondag)