In memoriam: Els van Hulten-Delfgaauw (81)

Lelystad - Op 81-jarige leeftijd is afgelopen zaterdag na een langdurig ziekbed Els van Hulten-Delfgaauw overleden. Zij was een van de eerste bestuurders van Lelystad.

Els van Hulten-Delfgaauw vestigde zich in maart 1968 met haar echtgenoot Michel van Hulten in Lelystad. Zij was van 1970 tot 1978 lid van de Commissie van Advies en daarna van de Adviesraad en het Dagelijks Advies College (DAC is ongeveer wethouder) van het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders, een voorloper van de gemeente Lelystad.

In memoriam

Jan Lindhout, oud-secretaris en plaatsvervangend landdrost van het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders en oud-gemeentesecretaris van Lelystad., schreef onderstaand in memoriam:

Els was in vele opzichten een pionier. Met haar echtgenoot één van de eerste inwoners van Lelystad, direct actief in de jonge, nieuwe gemeenschap en één van de initiatiefnemers en grondleggers van het bestuur van de stad-in-wording. 

De eerste inwoners van Lelystad hebben haar vooral leren kennen door haar optreden in de (openbare) vergaderingen van de adviescolleges van de landdrost van de “Zuidelijke IJsselmeerpolders”, zoals de officiële bestuurder van Lelystad toen heette. Namens de inwoners volgde zij het landdrostelijk bestuur indringend. Verdiepte zich, ondanks haar groeiende jonge gezin, in vele zaken en wist daardoor steeds meer invloed uit te oefenen. Zij was één van de drie leden van het dagelijks adviescollege en vergaderde wekelijks met en onder voorzitterschap van landdrost Otto. Haar, soms kritische, vragen en opmerkingen brachten die landdrost nogal eens tot enige opwinding. Niettemin werd haar optreden en dat van de andere twee leden, gewaardeerd, getuige hun benoeming, bij Koninklijk besluit, tot plaatsvervangend landdrost. Els werd door deze benoeming in feite dagelijks bestuurder van Lelystad.

Zwangerschap en geboorte van een dochter waren voor haar geen aanleiding om zwangerschapsverlof te nemen. Tijdens collegevergaderingen werd de baby in een vertrek naast de vergaderkamer geplaatst. Als deze haar stem verhief, als teken dat er gevoed diende te worden, werd de vergadering voor dat doel voor korte tijd geschorst. 

Els beheerde in het bijzonder de onderwijsportefeuille. En reken maar, dat dit beleidsterrein in het jeugdige Lelystad veel aandacht vroeg. Ook heeft zij zich in het bijzonder bezig gehouden, in overleg met het Instituut voor Bestuurswetenschappen, met de bestuursopbouw van onze stad. De soepele overgang, per 1 januari 1980, van openbaar lichaam naar gemeente is mede aan haar activiteiten met betrekking tot een goede bestuurlijke organisatie te danken. 

In juli 1976, toen wij al maanden in afwachting waren van de benoeming van een nieuwe landdrost, vervulde Els enkele weken  de functie van landdrost. De minister van binnenlandse zaken deelde haar in de hoedanigheid van fungerend landdrost toen mee, dat Han Lammers met ingang van 1 augustus 1976 de nieuwe landdrost zou zijn.

Na een korte tijd als raadslid volgden Els en de kinderen hun man en vader naar het buitenland. Een flinke “afstand” van “haar” stad. Af en toe kwam ze nog naar Lelystad om in Nederland contacten te leggen of te vernieuwen en …om vele boodschappen te doen waar ze man en kinderen mee zou kunnen  plezieren. Ze logeerde dan nogal eens bij ons en hadden we met haar te doen. Want alles wat zij had verzameld moest mee. Tot diep in de nacht hoorden we van haar pogingen om alles in de koffers te krijgen!

Na terugkomst in Nederland, kon zij niet lang buiten de behartiging van de belangen van de Flevolanders blijven en liet zij zich kiezen tot lid van de Provinciale Staten. Ook in die functie liet zij zich niet onbetuigd. Een andere pioniersdaad uit die tijd was wel het voorzitterschap van het opgerichte Regionaal Instituut Beschermd Wonen (RIBW). Als zodanig heeft zij voor de inwoners  van Flevoland, door dit instituut op- en uit te bouwen, een gewichtige bijdrage aan de geestelijke gezondheidszorg gegeven. 

Ook buiten Flevoland was zij betrokken bij vele organisaties en dat niet “langs de kant” maar heel actief. Haar benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, was dan ook een zeer terechte erkenning van haar verdiensten.

Wij gedenken en herinneren haar met eerbied en dankbaarheid.