Frisgroen
Door Ingeborg Swart

Gif

Af en toe heb ik zo’n moment dat ik onder ogen moet zien dat ik toch best wel een beetje een wetenschapper ben. Na mijn studie heb ik er bewust voor gekozen geen promotieonderzoek te gaan doen en juist werk te zoeken buiten het academische wereldje.

Maar de liefde van het onderzoeken, dat zit er nou eenmaal in en zal ik ook altijd houden. Dat zal voor de meeste afgestudeerden gelden.

Bij mij wordt die innerlijke wetenschapper vooral getriggerd door planten. Bijvoorbeeld op het gebied van de werkzame stoffen die ze bevatten, en ook de giffen. Als ik een bloemenwinkel in loop, om maar wat te noemen, kan ik zo een flink aantal giftige planten aanwijzen. Laatst kreeg ik een bos bloemen van iemand, waarop mijn eerste gedachte was om ze misschien maar niet naast de fruitschaal te zetten vanwege een aantal soorten dat ik er in zag zitten. Ik zal vast niet de enige (semi-) wetenschapper zijn die wel eens zulke momenten heeft. Maakt dat ons raar? Misschien. Maar het voegt ook wel heel veel toe aan het leven.

Zo kan ik bij het koken ondertussen heerlijk nadenken over waar de bepaalde smaakstoffen vandaan komen, en welke verdunde giftige stoffen er in zitten. Gooi ik kersenpitten weg? Dan gaan mijn gedachten naar een verhaal van Agatha Christie waarin de oudtante werd vermoord met cyanide. Eet ik cassavekroepoek? Dan zie ik voor me hoe de plant eerst uitgebreid is geweekt en het meel geperst om de afweerstoffen er uit te krijgen. (Eet cassave niet te vaak trouwens. De teelt ervan is erg slecht voor de bodem en dus totaal niet duurzaam. Maar een uitzondering moet kunnen.)

Zulke gedachten maken het eten nou eenmaal leuker, ze geven een extra dimensie. Zeker wanneer je nadenkt over hoe die gifstoffen ooit zijn ontstaan. Ze zijn natuurlijk ook daadwerkelijk bedoeld om te voorkomen dat de plant wordt opgegeten, door grotere dieren zoals wij, of door insecten of zelfs schimmels. Neem bijvoorbeeld de familie van de brassicaceae, de kruisbloemigen. Daarbij horen onder andere broccoli, bloemkool, spruitjes, waterkers, mosterd en ga zo maar door. De gecultiveerde planten kunnen we heerlijk eten en ze danken hun typische smaak juist aan dat kleine beetje overgebleven gif. Maar de wilde varianten bevatten een veel grotere hoeveelheid nare stoffen om insecten weg te houden. Zodra je daar een hap van zou nemen, ontstaat cyanide, niet zo lekker dus. Uiteraard zijn in reactie daarop vlindersoorten ontstaan die het gif kunnen verwerken, want zo gaat dat in de natuur. Constant ontstaan verdedigingsmechanismen en worden ze weer omzeild.

Een prachtig systeem, en het zorgt voor smakelijk en interessant eten. Ten minste, ik hoop dat ik met dit verhaal niemands eetlust heb bedorven. Zo ja, geef dan die gekke biologe en haar liefde voor planten maar de schuld.

Een fijne zomer gewenst allemaal!