Stationsplein
Door Kees Bakker

Financiële rampspoed

Lelystad - De financiële rampspoed waar Lelystad mee te maken heeft, is lichtelijk rampzalig. Ten eerste is het niet eerlijk. De werkwijze van de ‘trap op, trap af’-systematiek maakt dat gemeenten niet weten waar ze aan toe zijn. Het is toch niet logisch dat als het Rijk, om wat voor redenen dan ook, minder geld uitgeeft, de gemeente ook minder krijgt?

Er zit nog een cynische kant aan het geheel. Het is niet uit te sluiten dat de jaarrekening van Lelystad dit jaar weer een positief resultaat laat zien, net als vorig jaar. Toen hield de gemeente ook zeven miljoen euro over. Dat kwam voor een groot deel door de toename van de verkoop van grond voor woningen en bedrijven. Het is zeker te verwachten dat die ook dit jaar een positief resultaat laten zien. Er wordt volop gebouwd in deze stad.

Maar die verwachte toename mag je niet meenemen in de gemeentelijke begroting. Dat zijn incidentele meevallers, en als je daarop gaat rekenen, ben je bijkans failliet als het tegenvalt. Een begroting moet zijn gebaseerd op de inkomsten en uitgaven die vast staan, de structurele inkomsten en uitgaven. Dat betekent dat de gemeente nu nog voor vijf miljoen euro aan bezuinigingen moet vinden, terwijl de kans redelijk aanwezig is dat men de komende jaren ook weer een soortgelijk bedrag zal overhouden. Dat kun je toch niet uitleggen aan de door bezuinigingen getroffen inwoners en instellingen?